Anderhalve week geleden.
Ik loop vanuit het schoolgebouw van Windesheim naar mijn auto en passeer onderweg de gymzaal. Niets bijzonders zul je zeggen, zo’n gymzaal. Maar met deze gymzaal was iets aan de hand.
De buitendeur stond namelijk open.
En in de gymzaal zelf lagen wel honderd slaapzakken met her en der wat verfrommelde kleren, volgepakte weekendtassen en opgedofte kussens. Er liepen wat verdwaalde studenten in t-shirts zo felgeel, dat ik mijn ogen moest dichtknijpen.
Ik besefte wat er aan de hand was: de jaarlijkse introweek.
De introweek, een van de vele fenomenen die mij volledig is ontgaan.
Je moet het hebben meegemaakt, zo wordt er gezegd.
Ja, fantastisch.
Je de hele week de klaplazarus zuipen.
Zo gaat dat nu eenmaal, goed voor de contacten, zeggen ze.
Contacten met andere mensen die zich ook de hele week de klaplazarus zuipen.
Mensen die je de week erna, in nuchtere toestand, niet meer herkennen.
Dat moet wel een hele belevenis zijn.
De volgepakte gymzaal met slaapzakken.
Het deed me even denken aan zo’n vluchtelingenkamp, die je op televisie wel eens ziet als er weer iets aan de hand is in het Midden-Oosten.
Met z’n allen de hele week op een kluitje liggen.
Benauwd.
Tegen onbekenden aan.
De harde, kille grond van de gymzaal.
In de doordringende bierlucht.
Gezellig.
Ik lig dan toch liever in mijn eigen bedje.
Niet dat dat alles is, het krakerige ding is een niet passende bouwval waar ik tijdens mijn slaap al twee keer doorheen ben gezakt.
Maar hij slaapt nog goed en zeker beter dan een zaal waar het hele jaar sporters hun zweet op laten gutsen
Het is niet eens zozeer de introweek waar ik een aangeboren hekel aan heb.
Introweken zijn namelijk verbonden een het instituut dat ik het meest verafschuw: een studentenvereniging.
En een doorsnee studentenvereniging kent weer een zogenaamde ontgroening.
Vieze opdrachtjes die je moet vervullen om er bij te kunnen horen. De slaaf van de tweedejaars.
Dat is wel het laatste dat ik zou doen.
Ik kijk op Youtube en zie hoe nieuwe studenten worden geplaagd, gepest, en uitgescholden.
Hoe ze worden besmeurd met viezigheden, worden geslagen en hoe de broek van hun kont wordt getrokken.
Ook bij de meiden.
Wie legt me alsjeblieft uit wat hier leuk aan is? Want ik ben al jaren op zoek naar een goed argument en ik ben benieuwd of ik er dan ook net zo stom en nichterig om kan lachen als die losers die deze ziekelijke rituelen ook nog op film zetten. Het is me na dertien filmpjes namelijk nog steeds niet gelukt!
Neem dan die ontgroeningen die we niet eens op film terugzien, maar direct in de krant, als er weer iemand is opgenomen in het ziekenhuis met een alcohol- of watervergiftiging.
Want ook bij ontgroeningen mag zuipen natuurlijk niet ontbreken. Nee, dat is onlosmakelijk verbonden met het ideale studentikoze leven. Zuipen en teren op de maximale lening bij de IBG, die schuld betalen we over tien jaar wel af. Toekomst is niet belangrijk.
Ik weet niet wie ik nu zieliger moet vinden.
Zijn het de mensen die de ziekelijke ontgroeningen bedenken of zijn het de mensen die ze uitvoeren, zodat ze geaccepteerd worden in de groep?
Noem mij te nuchter.
Noem mij te serieus.
Maar ik vind ze beide door en door triest.
dinsdag 8 september 2009
woensdag 26 augustus 2009
Heimwee naar belspellen
Ontroerd kijk ik naar de geile dames die de seksadvertenties op de commerciële zenders ’s nachts vullen. ‘Programma’s’ die luisteren naar namen als BabeTV, Late Night, Nachtlounge, Erostijl en Relax TV. Ik houd er van om ’s nachts lekker lang op te zitten, maar wie verlost me dan alsjeblieft van Roxy2, Linda6 en Gwen4, die ‘wijdbeens’ wachten op een vent met een ‘echte grote knuppel’?!
Volgens mij heeft de Tweede Kamer het op mij gemunt.
Ze hebben lucht gekregen van mijn nachtelijke escapades voor de beeldbuis en nu willen moraalridders Femke Halsema, Ab Klink en consorten revanche.
Eerst moesten de belspelletjes er aan geloven.
Een doodszonde als je het mij vraagt.
Misleiding of niet, maar belspelletjes zijn verschrikkelijk leuk om ’s nachts naar te kijken. Vooral na het uitgaan, onder het genot van een Cola en met de laptop op schoot is het lachen geblazen.
Er is namelijk niets leuker dan luisteren naar mensen die bij een dier met de ‘S’ denken aan de Chimpansee. En dan de blunders die de blonde dozen van de presentatie zelf begaan: super! Hadden ze die selectie van winnaars nu maar iets eerlijker laten verlopen, dan was er nu geen probleem.
Toen de belspelletjes naar de prullenbak werden verwezen zat ik even in zak en as.
Hoe moest ik mij ’s nachts dan nog scherp houden?
Gelukkig kwamen de televisiebazen met een redelijke oplossing om ook mij te kunnen behagen: AstroTijd.
Geen toptelevisie en bij de presentatie van de meeste helderzienden zelfs verschrikkelijk, maar voor Edward van Erp kon je me altijd nog even uit bed houden.
Wat een man, die met onuitputtelijk enthousiasme positieve tips geeft aan zijn hulpbehoevende bellers.
“Ik heb er geen zin meer in, in het leven”, kermde eens een verwarde vrouw door de telefoon. Haar werd direct (en gratis) een zogenaamde privéconsult gegeven.
Zo is Edward.
Ook deed hij eens uitspraken over iemand die op dat moment in een coma lag. Deze uitspraken werden met zoveel enthousiasme bij de kijkers ontvangen, dat hij de hele nacht werd platgebeld door scheldende nietsnutten.
Geweldige televisie dus, als je om 2.00 uur nog op zit.
Ik heb me in ieder geval rot gelachen.
Helaas werd ook deze vorm van televisie niet toegelaten, omdat het ook het stempel ‘misleiding’ werd gegeven.
Wat dat betreft is het er nu niet veel beter op geworden.
Elke avond blonde langharige dames die met opengesperde benen en roze slipjes zo erotisch mogelijk klinkende vunzige teksten uitkramen.
Opvallend: allemaal lijken ze dezelfde ingesproken omastem te hebben.
Ook nu, tijdens het schrijven van deze blog, is er niet veel soeps op Relax TV.
Een blonde dame op het strand van Bloemendaal, die tussen de duinen vertelt over haar korte rokje en hoe je ‘overal gemakkelijk bij kan komen’.
De stoeipoes speelt sierlijk met haar zwarte kanten behaatje, alsof deze niet goed zit. Ze knipoogt wat in de camera, zet haar even zo geile vriendin (die toevallig net single is en dus te bereiken is op een privé sms boxnummer dat handen vol geld kost en met paarse letters in beeld verschijnt) nog even in de picture en weet dan ook niks nuttigs meer te doen.
Kunnen de commerciële zenders alsjeblieft iets anders verzinnen om de nacht mee te vullen?
Herhalingen?
Leuke oudere films?
TV-programma’s van vroeger?
Help me a.u.b. !
Anders voel ik me gedwongen om vroeg naar bed te gaan!
Volgens mij heeft de Tweede Kamer het op mij gemunt.
Ze hebben lucht gekregen van mijn nachtelijke escapades voor de beeldbuis en nu willen moraalridders Femke Halsema, Ab Klink en consorten revanche.
Eerst moesten de belspelletjes er aan geloven.
Een doodszonde als je het mij vraagt.
Misleiding of niet, maar belspelletjes zijn verschrikkelijk leuk om ’s nachts naar te kijken. Vooral na het uitgaan, onder het genot van een Cola en met de laptop op schoot is het lachen geblazen.
Er is namelijk niets leuker dan luisteren naar mensen die bij een dier met de ‘S’ denken aan de Chimpansee. En dan de blunders die de blonde dozen van de presentatie zelf begaan: super! Hadden ze die selectie van winnaars nu maar iets eerlijker laten verlopen, dan was er nu geen probleem.
Toen de belspelletjes naar de prullenbak werden verwezen zat ik even in zak en as.
Hoe moest ik mij ’s nachts dan nog scherp houden?
Gelukkig kwamen de televisiebazen met een redelijke oplossing om ook mij te kunnen behagen: AstroTijd.
Geen toptelevisie en bij de presentatie van de meeste helderzienden zelfs verschrikkelijk, maar voor Edward van Erp kon je me altijd nog even uit bed houden.
Wat een man, die met onuitputtelijk enthousiasme positieve tips geeft aan zijn hulpbehoevende bellers.
“Ik heb er geen zin meer in, in het leven”, kermde eens een verwarde vrouw door de telefoon. Haar werd direct (en gratis) een zogenaamde privéconsult gegeven.
Zo is Edward.
Ook deed hij eens uitspraken over iemand die op dat moment in een coma lag. Deze uitspraken werden met zoveel enthousiasme bij de kijkers ontvangen, dat hij de hele nacht werd platgebeld door scheldende nietsnutten.
Geweldige televisie dus, als je om 2.00 uur nog op zit.
Ik heb me in ieder geval rot gelachen.
Helaas werd ook deze vorm van televisie niet toegelaten, omdat het ook het stempel ‘misleiding’ werd gegeven.
Wat dat betreft is het er nu niet veel beter op geworden.
Elke avond blonde langharige dames die met opengesperde benen en roze slipjes zo erotisch mogelijk klinkende vunzige teksten uitkramen.
Opvallend: allemaal lijken ze dezelfde ingesproken omastem te hebben.
Ook nu, tijdens het schrijven van deze blog, is er niet veel soeps op Relax TV.
Een blonde dame op het strand van Bloemendaal, die tussen de duinen vertelt over haar korte rokje en hoe je ‘overal gemakkelijk bij kan komen’.
De stoeipoes speelt sierlijk met haar zwarte kanten behaatje, alsof deze niet goed zit. Ze knipoogt wat in de camera, zet haar even zo geile vriendin (die toevallig net single is en dus te bereiken is op een privé sms boxnummer dat handen vol geld kost en met paarse letters in beeld verschijnt) nog even in de picture en weet dan ook niks nuttigs meer te doen.
Kunnen de commerciële zenders alsjeblieft iets anders verzinnen om de nacht mee te vullen?
Herhalingen?
Leuke oudere films?
TV-programma’s van vroeger?
Help me a.u.b. !
Anders voel ik me gedwongen om vroeg naar bed te gaan!
dinsdag 18 augustus 2009
Brugklas
De scholen zijn weer begonnen. Ja mensen, het is weer zover.
Ik kan niet wachten om ’s ochtends rond acht uur al die brugklassertjes gehaast en met overdreven ingepakte rugzakken, slingerend over de Van Deinselaan te zien fietsen.
Het doet me denken aan hoe ik zelf voor het eerst naar school vertrok.
‘Twee boeken voor Nederlands. Deel A en B. Laat ik ze allebei maar meenemen, dan is het altijd goed.’
Aan het eind van de dag pakte ik alle twintig boeken weer braaf uit, om tot de conclusie te komen dat ik er maar drie gebruikt had.
Een paar jaar later ging het anders. Toen nam ik pas een boek mee naar school, als ik het echt nodig had.
Resultaat: bijna elke dag een halflege tas en de broodtrommel die voor opvulling zorgt.
Achja, de brugklas.
Die goede oude tijd.
De spanning, die maanden van tevoren al begint, maar na het afsluiten van de CITO-toets pas echt toeneemt. Dan begint het zoeken naar de nieuwe school.
Bij mij werd het Zuid. Het Stedelijk Lyceum.
‘De school waar iedereen een mes draagt’, zo werd hier en daar al geroddeld. Messen heb ik er nooit gezien, op school, behalve in het lokaal van verzorging.
Over verzorging gesproken, daar noem ik ook een vak. Alles wat er in deze nutteloze uren werd verteld ging bij mij het ene oor in en het andere uit. Nu weet ik dus spijtig genoeg nog steeds niet hoe die wasmachine van ons werkt!
De brugklas op Zuid.
Het is even wennen, al die regels.
Zo mag je bijvoorbeeld tijdens de pauze niet in het midden van de aula gaan zitten.
Nouja, het mag wel, maar het is je sterk afgeraden.
Elk jaar zijn er weer enkele gewetenloze figuren die het erop wagen.
En elk jaar worden ze binnen enkele minuten weggejaagd door een regen aan kleingeld, dat vanaf boven, vanaf de befaamde vide, naar ze toe wordt geworpen.
Het eerste jaar op de grote school.
Elke vijftig minuten de bel. Een monotone pieptoon die je tien seconden lang irriteert.
En dan: tas inpakken, opstaan en rennen. Wurmend door de massa.
Hoe sneller hoe beter.
Want als je niet binnen vijf minuten in het andere lokaal bent, dan zwaait er wat!
Elke vijftig minuten een bel.
Voordat ik de baard in de keel kreeg, had ik het tot mijn kunst verheven om de bel exact te kunnen imiteren. Dat heeft me in het tweede jaar zelfs wat strafwerk gekost, bij de strenge mevrouw Huizingh van Duits.
Tien minuten voor het einde van de les, imiteerde ik onopvallend de bel. De klas stond op en liep het lokaal uit.
Mevrouw Huizingh pakte haar tas.
Ik stond even later buiten in de schijnwerpers en natuurlijk mocht iedereen weten dat ik het was, van die bel. Jammer genoeg stond mevrouw Huizingh in de deuropening.
En terwijl de echte bel klonk, ging de grijze bos krullen van Huizingh gebukt over ‘Na Klar!’ Gedecideerd wijzend naar de woordenlijsten die ik zou moeten gaan overschrijven.
Een jaartje brugklas.
Drie disco’s en een kerstbal, dat had je nog nooit meegemaakt.
Ja, met kerst deed je wel iets oubolligs op de basisschool. Met z’n allen in de klas, met een plastic bord op je met papieren kleed gedekte schooltafel. En dan gezellig aan het kerstdiner, tientallen kaarsjes die voor het prille licht zorgen.
Nee, dan gaat het er op de middelbare school wel anders aan toe. Daar waren disco’s die tot elf en soms wel tot twaalf uur duurden!
Dansen deed je niet, of amper. Alleen schuifelen, daar was je nog wel voor te porren.
Zodra de bekende ballads - ik noem de titelsong van Titanic of Notting Hill - aanvingen ging men op zoek naar een danspartner. En daar stond je dan, op de dansvloer. Nouja, ik vaker niet dan wel. Dus daar stond ik dan te kijken hoe er langzaam werd geschuifeld over de met cola en andere smerigheid besmeurde dansvloer.
Een heel jaar brugpieper.
En dan is het voorbij, dan ga je naar de tweede klas.
Met een nieuwe lading brugpiepers die de school komt verkennen.
En dan ben jij degene die ze uitlacht en plaagt.
Dan begint de nieuwe tijd.
De tassen worden lichter, de schooldagen korter.
En als je echt oud genoeg bent, dan mag je elke dag bekijken, hoe duizenden scholieren zich met chagrijnige koppies naar school begeven.
De brugklas, die goede oude tijd.
Ik kan niet wachten om ’s ochtends rond acht uur al die brugklassertjes gehaast en met overdreven ingepakte rugzakken, slingerend over de Van Deinselaan te zien fietsen.
Het doet me denken aan hoe ik zelf voor het eerst naar school vertrok.
‘Twee boeken voor Nederlands. Deel A en B. Laat ik ze allebei maar meenemen, dan is het altijd goed.’
Aan het eind van de dag pakte ik alle twintig boeken weer braaf uit, om tot de conclusie te komen dat ik er maar drie gebruikt had.
Een paar jaar later ging het anders. Toen nam ik pas een boek mee naar school, als ik het echt nodig had.
Resultaat: bijna elke dag een halflege tas en de broodtrommel die voor opvulling zorgt.
Achja, de brugklas.
Die goede oude tijd.
De spanning, die maanden van tevoren al begint, maar na het afsluiten van de CITO-toets pas echt toeneemt. Dan begint het zoeken naar de nieuwe school.
Bij mij werd het Zuid. Het Stedelijk Lyceum.
‘De school waar iedereen een mes draagt’, zo werd hier en daar al geroddeld. Messen heb ik er nooit gezien, op school, behalve in het lokaal van verzorging.
Over verzorging gesproken, daar noem ik ook een vak. Alles wat er in deze nutteloze uren werd verteld ging bij mij het ene oor in en het andere uit. Nu weet ik dus spijtig genoeg nog steeds niet hoe die wasmachine van ons werkt!
De brugklas op Zuid.
Het is even wennen, al die regels.
Zo mag je bijvoorbeeld tijdens de pauze niet in het midden van de aula gaan zitten.
Nouja, het mag wel, maar het is je sterk afgeraden.
Elk jaar zijn er weer enkele gewetenloze figuren die het erop wagen.
En elk jaar worden ze binnen enkele minuten weggejaagd door een regen aan kleingeld, dat vanaf boven, vanaf de befaamde vide, naar ze toe wordt geworpen.
Het eerste jaar op de grote school.
Elke vijftig minuten de bel. Een monotone pieptoon die je tien seconden lang irriteert.
En dan: tas inpakken, opstaan en rennen. Wurmend door de massa.
Hoe sneller hoe beter.
Want als je niet binnen vijf minuten in het andere lokaal bent, dan zwaait er wat!
Elke vijftig minuten een bel.
Voordat ik de baard in de keel kreeg, had ik het tot mijn kunst verheven om de bel exact te kunnen imiteren. Dat heeft me in het tweede jaar zelfs wat strafwerk gekost, bij de strenge mevrouw Huizingh van Duits.
Tien minuten voor het einde van de les, imiteerde ik onopvallend de bel. De klas stond op en liep het lokaal uit.
Mevrouw Huizingh pakte haar tas.
Ik stond even later buiten in de schijnwerpers en natuurlijk mocht iedereen weten dat ik het was, van die bel. Jammer genoeg stond mevrouw Huizingh in de deuropening.
En terwijl de echte bel klonk, ging de grijze bos krullen van Huizingh gebukt over ‘Na Klar!’ Gedecideerd wijzend naar de woordenlijsten die ik zou moeten gaan overschrijven.
Een jaartje brugklas.
Drie disco’s en een kerstbal, dat had je nog nooit meegemaakt.
Ja, met kerst deed je wel iets oubolligs op de basisschool. Met z’n allen in de klas, met een plastic bord op je met papieren kleed gedekte schooltafel. En dan gezellig aan het kerstdiner, tientallen kaarsjes die voor het prille licht zorgen.
Nee, dan gaat het er op de middelbare school wel anders aan toe. Daar waren disco’s die tot elf en soms wel tot twaalf uur duurden!
Dansen deed je niet, of amper. Alleen schuifelen, daar was je nog wel voor te porren.
Zodra de bekende ballads - ik noem de titelsong van Titanic of Notting Hill - aanvingen ging men op zoek naar een danspartner. En daar stond je dan, op de dansvloer. Nouja, ik vaker niet dan wel. Dus daar stond ik dan te kijken hoe er langzaam werd geschuifeld over de met cola en andere smerigheid besmeurde dansvloer.
Een heel jaar brugpieper.
En dan is het voorbij, dan ga je naar de tweede klas.
Met een nieuwe lading brugpiepers die de school komt verkennen.
En dan ben jij degene die ze uitlacht en plaagt.
Dan begint de nieuwe tijd.
De tassen worden lichter, de schooldagen korter.
En als je echt oud genoeg bent, dan mag je elke dag bekijken, hoe duizenden scholieren zich met chagrijnige koppies naar school begeven.
De brugklas, die goede oude tijd.
dinsdag 4 augustus 2009
Meelopers
MTV. Een zender met muziekclips, waarop tegenwoordig bijna geen muziekclip meer te zien is. Een zender, die je erop zet als je na twee zakken chips en drie keer je kamer te hebben schoongemaakt nog steeds niet weet wat je nu weer eens kunt doen. Geen zender die je erop zet omdat je je lievelingsprogramma niet wilt missen.
Enfin, diep in de nacht of in de zomervakantie wil ik dus wel eens blijven steken bij MTV. Ik zal eerlijk zijn: bij sommige programma’s kan ik me best wel eens vermaken. ‘Made’ of ‘The X-effect’ bijvoorbeeld. Maar er zijn ook programma’s waar ik me ronduit aan kan ergeren. En daarvoor zullen ze ook wel zijn gemaakt, denk ik.
Ik noem ‘My BFF’ als voorbeeld. Een programma waarin tien jonge hopeloze grietjes er werkelijk alles voor over hebben om de Best Friend Forever van Paris Hilton te worden.
De accessoire van een stinkend rijke hotelerfgename die nog nooit iets heeft uitgevoerd, maar wel in elke mannenbroek van New York blind de weg weet.
Een eeuwige breezerslet voor wie ‘Forever’ een relatief begrip is, net als ‘morgen’ of ‘volgende week’ voor een normaal functionerend mens. Het programma had daarom net zo goed ‘My Best Friend For Tommorow’ of ‘My Best Accessoir Forever’ kunnen heten.
Opvallend, is hoe de tien gegadigden in het programma blind achter Paris Hilton aanlopen. Wanneer een rapper genaamd Dirt Nasty (en zo ziet hij er ook uit) in een nieuwe uitdaging van Paris aan elke dame vraagt om een wangkus of een likje op zijn buik, doet bijna iedereen dit. Want, zo weten ze, Paris kijkt via een camera mee en zal met een deskundige beoordeling bepalen wie van de meelopers afvalt, omdat ze niet bij haar past.
Het meest verlegen meisje van het stel begint te zoenen met Dirt Nasty, want - zo zegt ze zelf - zij dacht dat dat maar moest.
Blind doen de dames wat Paris van hen verlangt.
Het zijn allemaal sletten in opleiding.
De afvaller? Het meisje dat niks van meneer Nasty moet weten en haar eigen wil heeft.
‘My Supersweet Sixteen’, nog zo’n voorbeeld van meeloperij.
In dit programma volgt MTV een meisje dat zestien wordt in de aanloop naar haar grote kitscherige feest in de duurste tent van haar stad.
De hele school staat op het schoolplein te krijsen als de uitnodigingen in ontvangst worden genomen. “Wie niet wordt uitgenodigd hoort er niet bij” of “Dit wordt nog mooier dan mijn eigen bruiloft”, zijn veelgehoorde uitspraken van de wannebees op het plein.
Te triest voor woorden.
In de wolken om op het feest van het rijkeluispopuliertje te zijn uitgenodigd, alwaar je ogen worden uitgestoken met een optreden van een of andere (mij onbekende, maar voor de meesten wereldberoemde) gangsterrapper en een spiksplinternieuwe auto als verjaardagscadeau.
En dat allemaal onder het motto: pappie betaalt.
Iedereen gaat uit zijn dak.
Schreeuwt en krijst.
Krijst en huilt.
Huilt en schreeuwt.
Want ze horen erbij.
Ze zijn getuige geweest van het feest van het populairste meisje van de school.
En zij, zij zit op een troon.
En ze huilt ook.
Niet van blijdschap, maar omdat haar nieuwe Mercedes blauw is, terwijl ze nog zo had tegen papa had gezegd dat zachtroze haar lievelingskleur is.
Maar iedereen schreeuwt haar naam, dus wat maakt het nog uit?
Meelopen.
Meeschreeuwen.
Meedoen om ‘er bij’ te horen.
Ik heb er altijd een hekel aan gehad. Waarbij moet je eigenlijk horen?
Het liefst ga ik tegen de draad in, steek ik de kop in het zand.
Als iedereen naar links wil, denk ik: waarom gaan we niet naar rechts?
Als iedereen in die vreselijke nieuwe All-Stars loopt en elkaar kwijlend over hun nieuwe schoeiseltjes vertelt, koop ik mezelf een paar bij Schuurman. Ze zitten nog lekker ook, bovendien.
En als iedereen op de openingsdag van de Drie Gezusters uren in de rij gaat staan om naar binnen te mogen, sla ik dit tafereel vanaf een rustig terrasje gade, om een maand later dan zij te constateren dat de voorspelde gezelligheid er nog wel tegenvalt.
Meelopen.
Blind achter de groep aanlopen, zonder te denken aan je eigen mening.
Onbegrijpelijk.
Daarom heb ik bewondering voor diegenen die dwars ertegenin gaan.
Die maling hebben aan het gebruikelijke en het verwachte.
Arie Boomsma bijvoorbeeld. Zo’n man die druk bezig is het imago van zijn geloof te verbeteren met voor de EO baanbrekende programma’s. Dit tegen wil en dank van zijn eigen omroep en omroepleden in.
Daar is lef voor nodig!
In afwachting van meer van deze persoonlijkheden zap ik voorlopig toch maar niet langs MTV. Het blijft namelijk ook wel weer grappig om honderden hersenloze volgertjes achter de mislukte ‘Beauty Queen’ van hun school te zien banjeren.
Enfin, diep in de nacht of in de zomervakantie wil ik dus wel eens blijven steken bij MTV. Ik zal eerlijk zijn: bij sommige programma’s kan ik me best wel eens vermaken. ‘Made’ of ‘The X-effect’ bijvoorbeeld. Maar er zijn ook programma’s waar ik me ronduit aan kan ergeren. En daarvoor zullen ze ook wel zijn gemaakt, denk ik.
Ik noem ‘My BFF’ als voorbeeld. Een programma waarin tien jonge hopeloze grietjes er werkelijk alles voor over hebben om de Best Friend Forever van Paris Hilton te worden.
De accessoire van een stinkend rijke hotelerfgename die nog nooit iets heeft uitgevoerd, maar wel in elke mannenbroek van New York blind de weg weet.
Een eeuwige breezerslet voor wie ‘Forever’ een relatief begrip is, net als ‘morgen’ of ‘volgende week’ voor een normaal functionerend mens. Het programma had daarom net zo goed ‘My Best Friend For Tommorow’ of ‘My Best Accessoir Forever’ kunnen heten.
Opvallend, is hoe de tien gegadigden in het programma blind achter Paris Hilton aanlopen. Wanneer een rapper genaamd Dirt Nasty (en zo ziet hij er ook uit) in een nieuwe uitdaging van Paris aan elke dame vraagt om een wangkus of een likje op zijn buik, doet bijna iedereen dit. Want, zo weten ze, Paris kijkt via een camera mee en zal met een deskundige beoordeling bepalen wie van de meelopers afvalt, omdat ze niet bij haar past.
Het meest verlegen meisje van het stel begint te zoenen met Dirt Nasty, want - zo zegt ze zelf - zij dacht dat dat maar moest.
Blind doen de dames wat Paris van hen verlangt.
Het zijn allemaal sletten in opleiding.
De afvaller? Het meisje dat niks van meneer Nasty moet weten en haar eigen wil heeft.
‘My Supersweet Sixteen’, nog zo’n voorbeeld van meeloperij.
In dit programma volgt MTV een meisje dat zestien wordt in de aanloop naar haar grote kitscherige feest in de duurste tent van haar stad.
De hele school staat op het schoolplein te krijsen als de uitnodigingen in ontvangst worden genomen. “Wie niet wordt uitgenodigd hoort er niet bij” of “Dit wordt nog mooier dan mijn eigen bruiloft”, zijn veelgehoorde uitspraken van de wannebees op het plein.
Te triest voor woorden.
In de wolken om op het feest van het rijkeluispopuliertje te zijn uitgenodigd, alwaar je ogen worden uitgestoken met een optreden van een of andere (mij onbekende, maar voor de meesten wereldberoemde) gangsterrapper en een spiksplinternieuwe auto als verjaardagscadeau.
En dat allemaal onder het motto: pappie betaalt.
Iedereen gaat uit zijn dak.
Schreeuwt en krijst.
Krijst en huilt.
Huilt en schreeuwt.
Want ze horen erbij.
Ze zijn getuige geweest van het feest van het populairste meisje van de school.
En zij, zij zit op een troon.
En ze huilt ook.
Niet van blijdschap, maar omdat haar nieuwe Mercedes blauw is, terwijl ze nog zo had tegen papa had gezegd dat zachtroze haar lievelingskleur is.
Maar iedereen schreeuwt haar naam, dus wat maakt het nog uit?
Meelopen.
Meeschreeuwen.
Meedoen om ‘er bij’ te horen.
Ik heb er altijd een hekel aan gehad. Waarbij moet je eigenlijk horen?
Het liefst ga ik tegen de draad in, steek ik de kop in het zand.
Als iedereen naar links wil, denk ik: waarom gaan we niet naar rechts?
Als iedereen in die vreselijke nieuwe All-Stars loopt en elkaar kwijlend over hun nieuwe schoeiseltjes vertelt, koop ik mezelf een paar bij Schuurman. Ze zitten nog lekker ook, bovendien.
En als iedereen op de openingsdag van de Drie Gezusters uren in de rij gaat staan om naar binnen te mogen, sla ik dit tafereel vanaf een rustig terrasje gade, om een maand later dan zij te constateren dat de voorspelde gezelligheid er nog wel tegenvalt.
Meelopen.
Blind achter de groep aanlopen, zonder te denken aan je eigen mening.
Onbegrijpelijk.
Daarom heb ik bewondering voor diegenen die dwars ertegenin gaan.
Die maling hebben aan het gebruikelijke en het verwachte.
Arie Boomsma bijvoorbeeld. Zo’n man die druk bezig is het imago van zijn geloof te verbeteren met voor de EO baanbrekende programma’s. Dit tegen wil en dank van zijn eigen omroep en omroepleden in.
Daar is lef voor nodig!
In afwachting van meer van deze persoonlijkheden zap ik voorlopig toch maar niet langs MTV. Het blijft namelijk ook wel weer grappig om honderden hersenloze volgertjes achter de mislukte ‘Beauty Queen’ van hun school te zien banjeren.
maandag 27 juli 2009
Verhalen uit Kroatië (2): Een dag in Medulin
Het is warm in de geelgroene bus naar Pula, de grootste stad van Istrië.
Zeg maar gerust: kokend heet.
De verouderde stadsbus is als een warme bakkersoven, en wij liggen er als goudbruine croissants in te gloeien.
Airconditioning is er niet. Wel is er af en toe een vlaag van frisse lucht, die ons via de half - maar maximaal - geopende plastic raampjes weet te bereiken.
Ook al is de afstand naar Pula maar tien kilometer, we zullen drie kwartier in de oven moet verblijven. Alle kleine gehuchtjes tussen Medulin en Pula worden namelijk ook aangedaan.
De stadsbus rammelt.
Het dingt trilt, wiebelt en kraakt aan alle kanten. Het is een bus die vijftien jaar geleden ook door onze straten reed, maar inmiddels al vele jaren weer is afgeschreven.
Het kolossale voertuig wurmt zich door de kleine dorpssteegjes van Medulin.
Straatjes die een uit de kluiten gewassen stationwagon (je weet wel, zo'n grote roestige Volvo, waar het hele gezin in past) al geringe ruimte hebben te bieden. Laat staan een stadsbus. Zowel aan de linkerkant als aan de rechterkant heeft de bus niet meer dan dertig centimeter om uit te wijken. Het lijkt de chauffeur niet te deren, want met een rotvaart weet hij de bus door het dorp heen te sturen. En dat zonder ongelukken.
Naast de buschauffeur staat een man in een uniform.
Het is een soort conducteur, maar dan in de bus.
Hij heeft een apparaat in zijn hand waarmee hij kaartjes van passagiers zou kunnen doorknippen. Zou kunnen ja, want ik zie ik hem het apparaat de hele rit niet gebruiken.
Het is een man van middelbare leeftijd en hij heeft wel wat weg van Robert de Niro.
Tot hij zijn mond open doet. Waar het onderste gedeelte van zijn gebit er nog netjes en compleet uitziet, is er van de bovenste helft weinig over.
Een paar kiezen en twee voortanden, waarvan eentje in het zilver gegoten.
Hij praat met een vrouw, die ook in een uniform is gehesen. Zij zit echter op een stoel en doet verder niks.
De bus raakt vol.
Een dikke Kroatische vrouw, die haar boodschappen in vier plastic tasjes draagt, laat van alles vallen.
Een grote appel rolt door de bus. Ze pakt hem op en stopt hem weer terug in haar tas.
Dan neemt ze plaats.
*
"Bitte, kommen Sie gücken"
Een Kroatische houder van een souvenirshop smeekt ons om een kijkje te nemen tussen zijn prullaria.
"Schöne Preise"
De sloeber is zichtbaar ontgoocheld over de geringe interesse voor zijn tentje.
"Bitte", roept zijn fragiele vrouw er nog hopeloos achter aan.
De dag erna doet zich hetzelfde ritueel voor.
De souvenirtent zit vlak bij de oude dorpskern, een klein stukje lopen van de altijd drukke baai.
Ogenschijnlijk krijgt de shop niet heel veel bezoekers. De badlakens hangen halfstok en een grote ton met plastic ballen ziet er na twee dagen nog precies hetzelfde uit.
Souvenirwinkels, je kent ze wel. Wie ooit in Amsterdam is geweest, weet al wat ik bedoel. Na elke vijftig meter is er zo'n standaard winkeltje, met allerlei prut. Van vreselijke t-shirts met zogenaamd ludieke teksten als 'Beer here' (waarbij er een pijl naar de buik wijst) of met plakstickers van draadpoppetjes in erotische houding erop. Winkeltjes die demente oma's gek kunnen maken, want elke keer als ze er één voorbij lopen, denken ze een rondje te hebben gelopen. Je ziet ze in elk toeristisch gebied, dus ook in Medulin. Soms wel zes naast elkaar, met allemaal dezelfde rotzooi: kettinkjes, shirts, zonnebrillen en onbeschrijfbare onzin van nepmerken.
En het ergste is wanneer je een winkeltje betreedt: de winkelhouder loopt standaard vlak achter je aan. Soms met de vraag: 'Can I help you?' Maar meestal zonder een woord uit te spreken. Daar loopt hij, op een afstand van nog geen halve meter. Je voelt de hete adem in je nek, hoe hij over je schouder meekijkt als je iets pakt. De doordringende ogen, de bemoeizuchtige gebaren en het altijd positieve 'It looks nice on you' zonder dat er iets is gepast. Deze figuren zoeken zelf wel uit wat goed voor je is, jij hoeft het niet meer te doen. Ze willen hun koopwaar wel uit je handen rukken, in een tasje stoppen en het geld persoonlijk uit je portemonnee trekken. Bovendien staat nergens een prijs bij. Als goedopgevoede Nederlander ben ik niet in staat om af te dingen. Oplossing: Ik koop niets waar geen prijs bij staat, anders heb ik het gevoel dat ik word opgelicht.
*
Twee macho's met poetsdoeken staan voor een eettent.
Zij werken er.
Hun nonchalante en verveelde houding verraadt dat ze op het moment weinig te doen hebben. Ze hangen wat tegen een stenen tussenmuur voor de ingang.
Dan lopen wij langs en de jongens vrolijken op.
Er ontpoppen zich brede, slijmerige glimlachen op hun gezichten.
Eén van de macho's wrijft langzaam met zijn vingers over zijn typische baardje. Je weet wel, zo'n dun uitgesneden streepje haar, dat zich via de bakkebaarden naar de onderin kronkelt.
"Hello! Come site here!" Zeggen de macho's vrolijk.
Ik kijk op, maar ze hebben geen oog voor mij.
Aan hun blikken te zien bekijken ze Ellen van top tot teen, en weer terug.
Een geniepig lachje doet de lippen van de obers krullen.
'Die dame is binnen', lijken ze te denken. Maar Ellen schenkt ze weinig aandacht en loopt verder.
Tien meter verder draai ik me stiekem nog eens om en zie de macho's, nog altijd met poetsdoek op hun schouder, Ellen nakijken.
Het is een mannelijk trekje, om mooie vrouwen te bekijken, maar zo onbeschaamd en overdreven als hier heb ik het niet vaak gezien.
*
Bij Café Dona is een forse, kale man in de weer.
Hij staat op een gammel houten trapje en houdt met een hand het uitstekende billboard van het café vast.
In zijn andere hand heeft hij een dikke, rode, watervaste stift.
Hij schrijft.
Als hij klaar is, en het trapje weer ontstijgt, wordt me duidelijk waarmee de man zich heeft bezig gehouden.
De onderste helft van de letter 'C' in 'Café' ontbrak op het billboard.
Om de rode letter te completeren besloot de man in een opwelling om het zelf maar te doen.
De 'C' ziet er van een afstandje weer puik uit.
Zijn drinkmaatje, een gezette, zwartharige man met een barstende pukkel op zijn linkerwang, heeft het tafereel aanschouwend waargenomen.
Hij aait een hond.
Een groot uitgevallen grijzige Malteser.
Een vuilnisbakkenras. Hij lijkt op de televisiehond Benji.
Dan valt mijn oog op het logo van Café Dona.
Op het billboard staat een plaatje van een hond die sprekend lijkt op het beest dat op het moment wordt betutteld door de man met de pukkel.
De hond is Dona, gastvrouw van het café.
Dona smeekt niet om klanten.
Dona hanteert geen poetsdoek.
Dona is geen macho.
Dona is simpelweg een zakelijke vlooienhond.
Zeg maar gerust: kokend heet.
De verouderde stadsbus is als een warme bakkersoven, en wij liggen er als goudbruine croissants in te gloeien.
Airconditioning is er niet. Wel is er af en toe een vlaag van frisse lucht, die ons via de half - maar maximaal - geopende plastic raampjes weet te bereiken.
Ook al is de afstand naar Pula maar tien kilometer, we zullen drie kwartier in de oven moet verblijven. Alle kleine gehuchtjes tussen Medulin en Pula worden namelijk ook aangedaan.
De stadsbus rammelt.
Het dingt trilt, wiebelt en kraakt aan alle kanten. Het is een bus die vijftien jaar geleden ook door onze straten reed, maar inmiddels al vele jaren weer is afgeschreven.
Het kolossale voertuig wurmt zich door de kleine dorpssteegjes van Medulin.
Straatjes die een uit de kluiten gewassen stationwagon (je weet wel, zo'n grote roestige Volvo, waar het hele gezin in past) al geringe ruimte hebben te bieden. Laat staan een stadsbus. Zowel aan de linkerkant als aan de rechterkant heeft de bus niet meer dan dertig centimeter om uit te wijken. Het lijkt de chauffeur niet te deren, want met een rotvaart weet hij de bus door het dorp heen te sturen. En dat zonder ongelukken.
Naast de buschauffeur staat een man in een uniform.
Het is een soort conducteur, maar dan in de bus.
Hij heeft een apparaat in zijn hand waarmee hij kaartjes van passagiers zou kunnen doorknippen. Zou kunnen ja, want ik zie ik hem het apparaat de hele rit niet gebruiken.
Het is een man van middelbare leeftijd en hij heeft wel wat weg van Robert de Niro.
Tot hij zijn mond open doet. Waar het onderste gedeelte van zijn gebit er nog netjes en compleet uitziet, is er van de bovenste helft weinig over.
Een paar kiezen en twee voortanden, waarvan eentje in het zilver gegoten.
Hij praat met een vrouw, die ook in een uniform is gehesen. Zij zit echter op een stoel en doet verder niks.
De bus raakt vol.
Een dikke Kroatische vrouw, die haar boodschappen in vier plastic tasjes draagt, laat van alles vallen.
Een grote appel rolt door de bus. Ze pakt hem op en stopt hem weer terug in haar tas.
Dan neemt ze plaats.
"Bitte, kommen Sie gücken"
Een Kroatische houder van een souvenirshop smeekt ons om een kijkje te nemen tussen zijn prullaria.
"Schöne Preise"
De sloeber is zichtbaar ontgoocheld over de geringe interesse voor zijn tentje.
"Bitte", roept zijn fragiele vrouw er nog hopeloos achter aan.
De dag erna doet zich hetzelfde ritueel voor.
De souvenirtent zit vlak bij de oude dorpskern, een klein stukje lopen van de altijd drukke baai.
Ogenschijnlijk krijgt de shop niet heel veel bezoekers. De badlakens hangen halfstok en een grote ton met plastic ballen ziet er na twee dagen nog precies hetzelfde uit.
Souvenirwinkels, je kent ze wel. Wie ooit in Amsterdam is geweest, weet al wat ik bedoel. Na elke vijftig meter is er zo'n standaard winkeltje, met allerlei prut. Van vreselijke t-shirts met zogenaamd ludieke teksten als 'Beer here' (waarbij er een pijl naar de buik wijst) of met plakstickers van draadpoppetjes in erotische houding erop. Winkeltjes die demente oma's gek kunnen maken, want elke keer als ze er één voorbij lopen, denken ze een rondje te hebben gelopen. Je ziet ze in elk toeristisch gebied, dus ook in Medulin. Soms wel zes naast elkaar, met allemaal dezelfde rotzooi: kettinkjes, shirts, zonnebrillen en onbeschrijfbare onzin van nepmerken.
En het ergste is wanneer je een winkeltje betreedt: de winkelhouder loopt standaard vlak achter je aan. Soms met de vraag: 'Can I help you?' Maar meestal zonder een woord uit te spreken. Daar loopt hij, op een afstand van nog geen halve meter. Je voelt de hete adem in je nek, hoe hij over je schouder meekijkt als je iets pakt. De doordringende ogen, de bemoeizuchtige gebaren en het altijd positieve 'It looks nice on you' zonder dat er iets is gepast. Deze figuren zoeken zelf wel uit wat goed voor je is, jij hoeft het niet meer te doen. Ze willen hun koopwaar wel uit je handen rukken, in een tasje stoppen en het geld persoonlijk uit je portemonnee trekken. Bovendien staat nergens een prijs bij. Als goedopgevoede Nederlander ben ik niet in staat om af te dingen. Oplossing: Ik koop niets waar geen prijs bij staat, anders heb ik het gevoel dat ik word opgelicht.
Twee macho's met poetsdoeken staan voor een eettent.
Zij werken er.
Hun nonchalante en verveelde houding verraadt dat ze op het moment weinig te doen hebben. Ze hangen wat tegen een stenen tussenmuur voor de ingang.
Dan lopen wij langs en de jongens vrolijken op.
Er ontpoppen zich brede, slijmerige glimlachen op hun gezichten.
Eén van de macho's wrijft langzaam met zijn vingers over zijn typische baardje. Je weet wel, zo'n dun uitgesneden streepje haar, dat zich via de bakkebaarden naar de onderin kronkelt.
"Hello! Come site here!" Zeggen de macho's vrolijk.
Ik kijk op, maar ze hebben geen oog voor mij.
Aan hun blikken te zien bekijken ze Ellen van top tot teen, en weer terug.
Een geniepig lachje doet de lippen van de obers krullen.
'Die dame is binnen', lijken ze te denken. Maar Ellen schenkt ze weinig aandacht en loopt verder.
Tien meter verder draai ik me stiekem nog eens om en zie de macho's, nog altijd met poetsdoek op hun schouder, Ellen nakijken.
Het is een mannelijk trekje, om mooie vrouwen te bekijken, maar zo onbeschaamd en overdreven als hier heb ik het niet vaak gezien.
Bij Café Dona is een forse, kale man in de weer.
Hij staat op een gammel houten trapje en houdt met een hand het uitstekende billboard van het café vast.
In zijn andere hand heeft hij een dikke, rode, watervaste stift.
Hij schrijft.
Als hij klaar is, en het trapje weer ontstijgt, wordt me duidelijk waarmee de man zich heeft bezig gehouden.
De onderste helft van de letter 'C' in 'Café' ontbrak op het billboard.
Om de rode letter te completeren besloot de man in een opwelling om het zelf maar te doen.
De 'C' ziet er van een afstandje weer puik uit.
Zijn drinkmaatje, een gezette, zwartharige man met een barstende pukkel op zijn linkerwang, heeft het tafereel aanschouwend waargenomen.
Hij aait een hond.
Een groot uitgevallen grijzige Malteser.
Een vuilnisbakkenras. Hij lijkt op de televisiehond Benji.
Dan valt mijn oog op het logo van Café Dona.
Op het billboard staat een plaatje van een hond die sprekend lijkt op het beest dat op het moment wordt betutteld door de man met de pukkel.
De hond is Dona, gastvrouw van het café.
Dona smeekt niet om klanten.
Dona hanteert geen poetsdoek.
Dona is geen macho.
Dona is simpelweg een zakelijke vlooienhond.
Abonneren op:
Posts (Atom)