‘Het is weer rokjesdag’, zou wijlen columnist en schrijver Martin Bril gezegd hebben als hij donderdag één van de vele genietende terrasbezoekers in Enschede was geweest. En gelijk zou hij dan hebben, want het wás rokjesdag. Een korte, maar behoorlijke stijging van de temperatuur en de kledingkast van menig vrouw wordt volledig op zijn kop gezet om de dikke bontjassen en lange spijkerbroeken in te ruilen voor rokken en panty’s. En als dat – of het goedsmakende, kruidige Jupiler – het hoofd van Jesper en mij al niet op hol deed slaan, dan was het wel de lente.
De lente zit in de lucht, je zintuigen schreeuwen het uit als je een stap naar buiten waagt. De zoete, frisse geur van het voorjaar en van natgeregende straatstenen. Je neus die je longen en hersenen van een gezonde dosis pure zuurstof voorziet. Het is niet uit te leggen, het is niet te vergelijken. Het is het moment dat je eenmaal per jaar ervaart als je naar buiten loopt en je weet: het is voorjaar.
Het gevoel van het warme zonnetje en de zachte, frisse bries. Te koud om zonder jas te lopen; rits geopend, trui uit. Je proeft het in het bier, in alles, maar vooral in het fruit als je smaakpapillen weer open staan voor een mengelmoes van zoet en bitter. Je ziet het aan de duiven die weer vechten voor de mooiste plek op de dakgoot. Of de bejaarde – anders zo mopperende – hond, die het tafereel met kwispelende staart aanschouwt, als ware hij in zijn jonge jaren. En je hoort het. Je hoort het als je opstaat. Een vogelconcert met mussen, lijsters en merels die een nieuwe voorjaarsochtend vrolijk tegemoet zingen. Ze lijken uit een lange, ijzige winterslaap getoverd.
En langzaam ontwaak ook ik uit die winterslaap en besef me dat ik te lang te weinig blogs heb geschreven. Daarom wordt het hoog tijd dat ik mijn writer’s block na mijn lange stage definitief de deur wijs en ga zorgen voor nieuwe producties. Tenminste, als de lezers inmiddels niet zijn afgehaakt natuurlijk.
maandag 29 maart 2010
vrijdag 12 februari 2010
Hennepplantage
Dinsdagochtend 11.00 uur, Duivekervel, Oldenzaal. De gure wind doet de gevoelstemperatuur neigen richting dubbele cijfers in de min. Er zit sneeuw in de lucht; wit poeder dwarrelt zich een weg door het doorzichtige grijze wolkendek. Hoe toepasselijk voor het moment waarop een hennepplantage voor mijn neus wordt ontmanteld.
Even daarvoor zat ik nog op de redactie aan de Groote Markt. Er was een tip binnengekomen over een ontruiming aan de Duivekervel. Dus mag ik een kijkje nemen… met fotocamera natuurlijk.
Het was haasten. Je weet immers nooit of het om een grote of kleine plantage gaat.
Aangekomen blijkt dat zelfs de ontruimingsdiensten nog zijn gearriveerd. Wel lopen er enkele politieagenten en rechercheurs in het pand, dat door de inval een half uur eerder twee voordeurruiten moet missen.
Dan maar terug in de auto. Muziekje erbij en wachten… wachten op de ontruimingsdiensten.
~
Als ik in mijn binnenspiegel een takelwagen, voorzien van afvalcontainer, zie passeren weet ik genoeg. De ontruiming gaat beginnen. In het kielzog van de takelwagen komt een auto met bakken voor de hennepplanten, de aannemer en een medewerker van een gasbedrijf. Als ik tien minuten later druk aan het fotograferen ben richting het openstaande slaapkamerraam – van waaruit allerlei kweekhulpmiddelen in de container worden geworpen – komt een kale rechercheur aangelopen.
“Jij bent er snel bij”, zegt hij met een brede lach.
“Ik ben ingelicht”, antwoord ik terwijl ik me gelijk maar even voorstel.
“Door wie?” En de kale agent kijkt me nieuwsgierig aan.
Op dat moment weet ik nog niet wie onze redactie heeft ingelicht over de ontruiming, maar omdat ik het in dat geval ook niet zou zeggen, houd ik het lekker mysterieus.
“Dat mag ik niet zeggen.”
De rechercheur lacht. “Dat mág je niet zeggen of dat wíl je niet zeggen?”
Leuk, zo’n bijdehante opmerking. Maar ik houd voet bij stuk.
“Ik mag het niet zeggen én ik wil het niet zeggen…… en ik weet het ook niet trouwens”, biecht ik dan maar op.
De kale politieman lacht weer.
Nu stel ik de vraag: “En wat kan jij mij hierover vertellen?”
De rechercheur voelde de vraag al aankomen en is goed voorbereid.
“Ik kan hier nog niets over zeggen”, is het verwachte antwoord, “maar ik denk dat het wel duidelijk is dat het om een kwekerij gaat.”
Ik zeg dat ik datzelfde vermoeden ook heb.
Samen kijken we nog even naar het openstaande slaapkamerraam, als een in oranje gehulde schoonmaker een grote, lege kartonnen doos in de afvalcontainer gooit.
En inmiddels is de Duivekervel bedekt onder een flinterdun laagje poedersneeuw.

[Foto: Wilco Louwes, Bron: TC Tubantia]
Even daarvoor zat ik nog op de redactie aan de Groote Markt. Er was een tip binnengekomen over een ontruiming aan de Duivekervel. Dus mag ik een kijkje nemen… met fotocamera natuurlijk.
Het was haasten. Je weet immers nooit of het om een grote of kleine plantage gaat.
Aangekomen blijkt dat zelfs de ontruimingsdiensten nog zijn gearriveerd. Wel lopen er enkele politieagenten en rechercheurs in het pand, dat door de inval een half uur eerder twee voordeurruiten moet missen.
Dan maar terug in de auto. Muziekje erbij en wachten… wachten op de ontruimingsdiensten.
~
Als ik in mijn binnenspiegel een takelwagen, voorzien van afvalcontainer, zie passeren weet ik genoeg. De ontruiming gaat beginnen. In het kielzog van de takelwagen komt een auto met bakken voor de hennepplanten, de aannemer en een medewerker van een gasbedrijf. Als ik tien minuten later druk aan het fotograferen ben richting het openstaande slaapkamerraam – van waaruit allerlei kweekhulpmiddelen in de container worden geworpen – komt een kale rechercheur aangelopen.
“Jij bent er snel bij”, zegt hij met een brede lach.
“Ik ben ingelicht”, antwoord ik terwijl ik me gelijk maar even voorstel.
“Door wie?” En de kale agent kijkt me nieuwsgierig aan.
Op dat moment weet ik nog niet wie onze redactie heeft ingelicht over de ontruiming, maar omdat ik het in dat geval ook niet zou zeggen, houd ik het lekker mysterieus.
“Dat mag ik niet zeggen.”
De rechercheur lacht. “Dat mág je niet zeggen of dat wíl je niet zeggen?”
Leuk, zo’n bijdehante opmerking. Maar ik houd voet bij stuk.
“Ik mag het niet zeggen én ik wil het niet zeggen…… en ik weet het ook niet trouwens”, biecht ik dan maar op.
De kale politieman lacht weer.
Nu stel ik de vraag: “En wat kan jij mij hierover vertellen?”
De rechercheur voelde de vraag al aankomen en is goed voorbereid.
“Ik kan hier nog niets over zeggen”, is het verwachte antwoord, “maar ik denk dat het wel duidelijk is dat het om een kwekerij gaat.”
Ik zeg dat ik datzelfde vermoeden ook heb.
Samen kijken we nog even naar het openstaande slaapkamerraam, als een in oranje gehulde schoonmaker een grote, lege kartonnen doos in de afvalcontainer gooit.
En inmiddels is de Duivekervel bedekt onder een flinterdun laagje poedersneeuw.

[Foto: Wilco Louwes, Bron: TC Tubantia]
dinsdag 2 februari 2010
Het drumstel van Kane
Ik had er zo achter kunnen gaan zitten, als ik had gewild. Het drumstel van Kane, op het grote concertpodium in Ahoy. De technici van Vrienden van Amstel Live zouden gek opkijken en mij wellicht verzoeken om achter het instrument weg te komen, maar ze zouden mij het niet af kunnen pakken. ‘One moment of fame’, even met het houten stokje de goudbruine bekkens pareren of stiekem de toonladder van C mineur op het keyboard aanslaan. Even de microfoon betasten waarop Jan, Nick en Simon enkele uren later zouden sputteren. Niets had me tegen kunnen houden.
Niet veel later zouden de bandleden van Kane de soundcheck zelf doen, al ware het maar voor even. En zonder leadzanger Dinand Woesthoff. Tja, je bent een leadzanger of niet he?
Vrijdagmiddag, backstage bij de voorbereidingen op Vrienden van Amstel Live. Zomaar? Nee, want ik mag meelopen met de Oldenzaalse Wajong-ambassadeur Cor Kamphuis, die samen met collega-ambassadeur Guus van den Dungen in het zonnetje wordt gezet door de UWV. Cor en Guus trekken met z’n tweeën het hele land door om bedrijven kennis te laten maken met de Wajong – zeg maar de AOW voor jonggehandicapten – en wat de mogelijkheden zijn om een Wajonger op een goede manier in het bedrijfsleven te laten integreren. Volgens Cor krijgen deze mensen al snel een stempel opgedrukt en durven werkgevers een dienstverband niet aan te gaan. Een duidelijke en kwalijke zaak dus, die Cor en Guus als ambassadeurs aan de kaak proberen te stellen.
Het was een leuke dag in Ahoy, maar het contact met echte sterren bleef helaas uit. Ze vonden het klaarblijkelijk niet nodig om voor het vijfde concert nog te moeten oefenen.
Besloten wordt een rondje kleedkamers te doen. Altijd leuk. Even binnenvallen bij Het Goede Doel van Henk Westbroek (er wordt daar zo te ruiken behoorlijk wat afgerookt), Xander de Buisonjé (inclusief breedbeeldtelevisie en massagetafel) en Van Velzen. Bij laatstgenoemde wordt de deur na het kloppen verrassend van binnenuit geopend. Een ongeschoren gestalte kijkt ons vriendelijk aan. Geen Van Velzen. Wel zijn crew, die wordt getrakteerd op het promotiepraatje van Cor. En ze lijken het niet erg te vinden. Integendeel; ze luisteren aandachtig naar wat de Wajonger te vertellen heeft. Zo wordt het dagje uit van Cor gedeeltelijk toch een werkbezoek.
Op de terugweg naar Oldenzaal (er moest immers nog voor elf uur ’s avonds een twee pagina’s vullend artikel worden geschreven) krijg ik gezelschap van Cor, die meerijdt. Er zouden nog boeiende gesprekken volgen, waardoor mijn kennis over de Wajong en het ambassadeurschap daarvan een flinke opsteker heeft gekregen.
Maar niet alleen de Wajong krijgt aandacht. Ook de begeleidster namens het UWV zou Cor ter sprake brengen.
“Een pittige meid he?”
En ik knik. Dat kan ik alleen maar bevestigen.
Niet veel later zouden de bandleden van Kane de soundcheck zelf doen, al ware het maar voor even. En zonder leadzanger Dinand Woesthoff. Tja, je bent een leadzanger of niet he?
Vrijdagmiddag, backstage bij de voorbereidingen op Vrienden van Amstel Live. Zomaar? Nee, want ik mag meelopen met de Oldenzaalse Wajong-ambassadeur Cor Kamphuis, die samen met collega-ambassadeur Guus van den Dungen in het zonnetje wordt gezet door de UWV. Cor en Guus trekken met z’n tweeën het hele land door om bedrijven kennis te laten maken met de Wajong – zeg maar de AOW voor jonggehandicapten – en wat de mogelijkheden zijn om een Wajonger op een goede manier in het bedrijfsleven te laten integreren. Volgens Cor krijgen deze mensen al snel een stempel opgedrukt en durven werkgevers een dienstverband niet aan te gaan. Een duidelijke en kwalijke zaak dus, die Cor en Guus als ambassadeurs aan de kaak proberen te stellen.
Het was een leuke dag in Ahoy, maar het contact met echte sterren bleef helaas uit. Ze vonden het klaarblijkelijk niet nodig om voor het vijfde concert nog te moeten oefenen.
Besloten wordt een rondje kleedkamers te doen. Altijd leuk. Even binnenvallen bij Het Goede Doel van Henk Westbroek (er wordt daar zo te ruiken behoorlijk wat afgerookt), Xander de Buisonjé (inclusief breedbeeldtelevisie en massagetafel) en Van Velzen. Bij laatstgenoemde wordt de deur na het kloppen verrassend van binnenuit geopend. Een ongeschoren gestalte kijkt ons vriendelijk aan. Geen Van Velzen. Wel zijn crew, die wordt getrakteerd op het promotiepraatje van Cor. En ze lijken het niet erg te vinden. Integendeel; ze luisteren aandachtig naar wat de Wajonger te vertellen heeft. Zo wordt het dagje uit van Cor gedeeltelijk toch een werkbezoek.
Op de terugweg naar Oldenzaal (er moest immers nog voor elf uur ’s avonds een twee pagina’s vullend artikel worden geschreven) krijg ik gezelschap van Cor, die meerijdt. Er zouden nog boeiende gesprekken volgen, waardoor mijn kennis over de Wajong en het ambassadeurschap daarvan een flinke opsteker heeft gekregen.
Maar niet alleen de Wajong krijgt aandacht. Ook de begeleidster namens het UWV zou Cor ter sprake brengen.
“Een pittige meid he?”
En ik knik. Dat kan ik alleen maar bevestigen.
maandag 21 december 2009
Kerstgedachtes
‘s ochtends negen uur, parkeergarage de Driehoek in Oldenzaal. Ik werp nog één blik op mijn felblauwe Peugeot, voordat ik me door de roltrap gestaag omhoog laat voeren. Langzaam torent mijn hoofd boven de balustrades in het winkelcentrum.
Zoals altijd is het muisstil. Of het moeten wat rinkelende koffiekopjes zijn in het cafeetje naast de Kruidvat. De dames van Bart Smit en Bakkerij Bart zijn al druk in de weer om een lange werkdag voor te bereiden.
En door de speakers klinkt muziek. Kerstmuziek. Geen door Frank Sinatra vertolkte ‘Have yourself a merry little Christmas’ of het even prachtige ‘Thank God it’s Christmas’ van Queen, maar zoetsappige nummers van Mariah Carey en consorten.
Het mag geen geheim meer worden genoemd: ik heb het niet zo met de feestdagen. Waardoor het komt? Geen idee, want ik vind de winter eigenlijk wel fijn. Een middag koukleumen bij een voetbalwedstrijd en daarna de kantine in om met z’n allen een biertje te drinken. Of twee, of drie.
Enfin, het moge duidelijk zijn. Het heeft zijn charme, met bevroren en onbeweegbare tenen, klappertandend thuiskomen en met een warme chocolademelk gezellig voor de verwarming zitten (helaas hebben wij geen open haard). Het is wat anders dan in de bloedhete zomer, vies van je eigen zweet, op te staan terwijl de rugleuning van de stoel nog aan je achterste zit vastgekleefd.
Toch heb ik een hekel aan feestdagen. Noem ze maar op: Sinterklaas, Kerst, Pasen, oud & nieuw, Sint Juttemus. Het heeft misschien te maken met het feit dat feestdagen geen feestdagen meer zijn.
Het zijn feestmaanden.
Eind september, terwijl de terrasjes nog bomvol nazomerende schaarsgeklede dames zitten, worden de eerste pepernoten de winkels al binnengereden. Als Sinterklaas het land uit is komen de kerstkransjes weer te voorschijn en heeft de helft van Nederland al een denneboom in de kamer staan. Om nog maar niet te spreken van die achterlijke blauw verlichte voortuinen. Alsof het een helikopterlandplaats is. Pasen wordt halverwege februari langzaam ingezet, vlak nadat Nederland zijn jaarlijkse massale verkleedpartijtje (Carnaval heet dat volgens mij, in de volksmond) met een drie dagen durende kater vaarwel heeft gezegd. En halverwege oktober kijk ik ‘s avonds vertwijfeld naar de jaarkalender, omdat in de achterstandswijk waar ik woon een dagelijkse vuurwerkshow te zien is.
Het is jammer. We noemen het kerstfeest een traditie die te allen tijde in stand moet worden gehouden, maar laten we het dan ook als een traditie behandelen. Dat betekent de boom een paar dagen voor kerst optuigen, in plaats van eind november. Bij ons thuis staat hij dit jaar waarschijnlijk niet, trouwens, die kunstboom. Het plezier is er wel een beetje van af. En of mij dat een saaie zak maakt? Saai in ieder geval niet, maar ik heb gewoon een hekel aan het verplichte. Het gedwongen vrolijk mee moeten doen aan een feest dat tegenwoordig meer bedoeld is om zoveel mogelijk geld uit de portemonnee van de consument te trekken in plaats van het uitbeelden van de traditionele kerstgedachte. Zoiets zie je alleen nog in de kerk…. Maar daar zal ik niet zijn, de 25ste. Misschien zit ik gewoon op mijn kamer, kijk ik een film of zet ik Lonely Christmas van Mud erop. Wat een heerlijk toepasselijk nummer trouwens.
Zoals altijd is het muisstil. Of het moeten wat rinkelende koffiekopjes zijn in het cafeetje naast de Kruidvat. De dames van Bart Smit en Bakkerij Bart zijn al druk in de weer om een lange werkdag voor te bereiden.
En door de speakers klinkt muziek. Kerstmuziek. Geen door Frank Sinatra vertolkte ‘Have yourself a merry little Christmas’ of het even prachtige ‘Thank God it’s Christmas’ van Queen, maar zoetsappige nummers van Mariah Carey en consorten.
Het mag geen geheim meer worden genoemd: ik heb het niet zo met de feestdagen. Waardoor het komt? Geen idee, want ik vind de winter eigenlijk wel fijn. Een middag koukleumen bij een voetbalwedstrijd en daarna de kantine in om met z’n allen een biertje te drinken. Of twee, of drie.
Enfin, het moge duidelijk zijn. Het heeft zijn charme, met bevroren en onbeweegbare tenen, klappertandend thuiskomen en met een warme chocolademelk gezellig voor de verwarming zitten (helaas hebben wij geen open haard). Het is wat anders dan in de bloedhete zomer, vies van je eigen zweet, op te staan terwijl de rugleuning van de stoel nog aan je achterste zit vastgekleefd.
Toch heb ik een hekel aan feestdagen. Noem ze maar op: Sinterklaas, Kerst, Pasen, oud & nieuw, Sint Juttemus. Het heeft misschien te maken met het feit dat feestdagen geen feestdagen meer zijn.
Het zijn feestmaanden.
Eind september, terwijl de terrasjes nog bomvol nazomerende schaarsgeklede dames zitten, worden de eerste pepernoten de winkels al binnengereden. Als Sinterklaas het land uit is komen de kerstkransjes weer te voorschijn en heeft de helft van Nederland al een denneboom in de kamer staan. Om nog maar niet te spreken van die achterlijke blauw verlichte voortuinen. Alsof het een helikopterlandplaats is. Pasen wordt halverwege februari langzaam ingezet, vlak nadat Nederland zijn jaarlijkse massale verkleedpartijtje (Carnaval heet dat volgens mij, in de volksmond) met een drie dagen durende kater vaarwel heeft gezegd. En halverwege oktober kijk ik ‘s avonds vertwijfeld naar de jaarkalender, omdat in de achterstandswijk waar ik woon een dagelijkse vuurwerkshow te zien is.
Het is jammer. We noemen het kerstfeest een traditie die te allen tijde in stand moet worden gehouden, maar laten we het dan ook als een traditie behandelen. Dat betekent de boom een paar dagen voor kerst optuigen, in plaats van eind november. Bij ons thuis staat hij dit jaar waarschijnlijk niet, trouwens, die kunstboom. Het plezier is er wel een beetje van af. En of mij dat een saaie zak maakt? Saai in ieder geval niet, maar ik heb gewoon een hekel aan het verplichte. Het gedwongen vrolijk mee moeten doen aan een feest dat tegenwoordig meer bedoeld is om zoveel mogelijk geld uit de portemonnee van de consument te trekken in plaats van het uitbeelden van de traditionele kerstgedachte. Zoiets zie je alleen nog in de kerk…. Maar daar zal ik niet zijn, de 25ste. Misschien zit ik gewoon op mijn kamer, kijk ik een film of zet ik Lonely Christmas van Mud erop. Wat een heerlijk toepasselijk nummer trouwens.
dinsdag 1 december 2009
De Kaffeefahrten Maffia
Mijn stage bij de Twentsche Courant Tubantia zit er op (eindcijfer 8). Althans, mijn eerste stage, want in overleg met de school en de redactie heb ik mijn verblijf met drie maand kunnen verlengen. Nu wil ik niet met al mijn geschreven verhalen voor de krant te koop lopen, maar één opmerkelijk verhaal springt er tussenuit. Het gaat om een zogenaamde tombola (verloting waarbij er altijd prijs is volgens de VanDale), die de benaming gebruikt als lokkertje voor dubieuze verkooppraktijken en gladde praatjes. Enfin, het betreft het onderstaande artikel:

Publiek gewaarschuwd, de consument tevreden, hoofdstuk afgesloten zou je denken. Niets blijkt echter minder waar. Enkele weken geleden schreef een collega-journalist van de TC Tubantia een sfeerverslag van zo'n verkapte verkoopdemonstratie. Het bracht mij weer op een zoektocht naar de in Duitsland bekendstaande 'Kaffeefahrten Maffia'. Van een onschuldig eenmansbedrijf dat wat bijbeunt lijkt geen sprake meer. Hoewel het Euro-team en consorten op de randen van de wet balanceren, zijn vele ouderen makkelijk te paaien met de misleidende prijsuitnodigingen. Het gezicht en de werkwijze van de in het buitenland opererende Kaffeefahrtenaanbieders worden mij steeds duidelijker. Ze lijken dichterbij te zitten dan aanvankelijk gedacht.
Wordt vervolgd!
Dubieuze tombola in De Lutte[Bron: TC Tubantia, 25 september 2009, Wilco Louwes]
LOSSER/DE LUTTE – De heer en mevrouw Silder uit Losser keken deze week vreemd op, toen zij namens het ‘Euro-team’ een uitnodiging voor een prijsuitreiking in De Lutte kregen toegestuurd. De brief, verzonden in een blanco envelop, meldde dat een prijs ter waarde van 300 euro op het echtpaar wacht. Deze moet dan wel op de ochtend van 8 oktober in zalencentrum De Vereeniging in De Lutte worden opgehaald, want toezending per post is niet mogelijk. Ook doet de brief de Silders vermoeden een espresskoffiezetapparaat (inderdaad zonder ‘o’) te hebben gewonnen, maar dat blijkt nog niet het geval.
Euro-team: ‘Prijzen in brief gegarandeerd’
Ze waren allerminst gecharmeerd van de uitnodiging voor de zomertombola in De Vereeniging in De Lutte. In de brief staat dat de familie Silder uit Losser de prijs vorig jaar niet heeft afgehaald en nu nog één kans heeft om ervan te profiteren, voordat het komt te vervallen. Het echtpaar zegt van die bewuste prijs echter nog nooit iets gehoord te hebben.
Bij aanwezigheid op 8 oktober worden de geadresseerden diverse cadeaus beloofd. Zo wacht er behalve de prijs ter waarde van 300 euro ook een digitale klok/fotolijst op het echtpaar. Als ze een ander stel meenemen, slepen ze ook nog eens een kaasmessenset in de wacht.
Opvallend aan de brief is het lijstje met prijzen dat (inmiddels) al is overhandigd. Daartussen prijkt de naam van Silder, met volledige postcode. Bij de andere prijswinnaars worden alleen de cijfers van de postcode vermeld. Een zoektocht naar de anderen namen op de lijst; Bakker, Harmsen, Smeets en Albers in de betreffende postcodes levert een resultaat van soms wel veertig mogelijke personen op.
Het Euro-team GmbH, zoals het bedrijf voluit heet, is gehuisvest in het duitse Augustdorf, heeft een postbus op industrieterrein Het Broek in Arnhem en een KvK-nummer dat naar een rechtspersoon in het Gelderse Velp verwijst. Het bedrijf (dat voornamelijk handelt in dekbedden en matrassen) en de bijbehorende tombola worden door consumenten op het internetforum van Tros-programma Radar veel bekritiseerd. Euro-team verzoekt geadresseerden in zijn brieven vriendelijk met vragen niet de betreffende zaal te bellen, want die kan toch geen nadere informatie geven. Daarvoor is er door het Duitse bedrijf op werkdagen tussen 9.00 en 12.00 uur de infolijn in het leven geroepen.
Een woordvoerster van Euro-team GmbH laat via die infolijn weten dat alle prijzen op de brief gegarandeerd zijn. “Mensen zeggen 300 euro te krijgen, maar op de brief staat een prijs ter waarde van 300 euro”, benadrukt ze. Een andere woordvoerster, Femke, bevestigt haar collega. Wel erkent ze dat het in de brief niet om een espresso-koffiezetapparaat gaat. “Er wordt één espresskoffiezetapparaat verloot onder alle postcodes van geadresseerden uit de omgeving”, laat ze weten.
Zalencentrum de Vereeniging weet niks van de intenties van het Euro-team. De zaal is door een tussenpersoon van de in Duitsland gehuisveste maatschappij afgehuurd. Eerder zou het Euro-team wel demonstraties hebben gegeven in het toenmalige zalencentrum De Tankenberg. Er zijn inmiddels meerder vragen over de prijsuitreiking binnengekomen. Het is daarom nog niet bekend of de zomertombola in De Lutte wel zal doorgaan. Ook de politie Twente heeft zich inmiddels op de kwestie gestort en waarschuwt mensen voor valse verwachtingen.
Publiek gewaarschuwd, de consument tevreden, hoofdstuk afgesloten zou je denken. Niets blijkt echter minder waar. Enkele weken geleden schreef een collega-journalist van de TC Tubantia een sfeerverslag van zo'n verkapte verkoopdemonstratie. Het bracht mij weer op een zoektocht naar de in Duitsland bekendstaande 'Kaffeefahrten Maffia'. Van een onschuldig eenmansbedrijf dat wat bijbeunt lijkt geen sprake meer. Hoewel het Euro-team en consorten op de randen van de wet balanceren, zijn vele ouderen makkelijk te paaien met de misleidende prijsuitnodigingen. Het gezicht en de werkwijze van de in het buitenland opererende Kaffeefahrtenaanbieders worden mij steeds duidelijker. Ze lijken dichterbij te zitten dan aanvankelijk gedacht.
Wordt vervolgd!
Abonneren op:
Posts (Atom)