maandag 13 september 2010
Heimwee naar belspellen (2)
Ik kan veel hebben op televisie; ben niet kleinzerig en heb ook geen zwakke maag. Daarom kan ik zelfs kijken naar de verschrikkelijke programma's van Carlo & Irene, blijf ik wakker bij 'Hennie zoekt God' en probeer ik een actieve quizhouding aan te nemen tijdens 'That's the question' van perfecte schoonzoon en EO-corryfee Bert van Leeuwen. Maar sorry, de sexadvertenties op de commerciële zenders worden me iets te gortig. Even is het leuk, zo'n misvormde kraakstem die jeugdig en vlot moet lijken, maar doet overkomen als een iets te hippe zestigjarige die zich heeft verslikt in haar breinaald. Maar opwindend is wat anders als diezelfde stem je vertelt dat de hitsige buurmeisjes van net achttien wel een paar gaatjes voor je over hebben. Alsof een trillende strakgetrokken Marijke van Helwegen je vertelt dat je lichaam na plastische chirurgie mooi veroudert; het werkt averechts.
AstroTijd mag dan wel weer terug op tv zijn, een goede oplossing voor EroTV is het allerminst. Hoe vaker je het kijkt, hoe slinkser en afgelikter de 'gediplomeerde paragnosten' proberen het geld uit je portemonnee te kloppen. En eerlijk gezegd: het ziet er ook niet uit. Zo'n niets uitstralende rimpelige vrouw van middelbare leeftijd die je vertelt wat de liefde je brengt. Ze doen me vaak denken aan die WC-juffrouw die je - pulkend aan haar zware Van Nelle - met vriendelijke whiskeystem begroet als je de openbare toiletten betreedt. En je, wanneer je bij vertrek drie dubbeltjes laat stuiteren op het witte koffieschoteltje, met opgewekt 'dankjewel!' vanachter een besmeurde toiletpot bedankt voor je bijdrage.
Ieder zijn vak hoor, begrijp me niet verkeerd. Maar paragnost moet wel het meest overschatte beroep van Nederland zijn. Je vult een aanmeldformuliertje in op een website, beschrijft je paranomale zintuigen en kunt met een beetje geluk zo achter de telefoon plaatsnemen.
Het lijkt zo'n kunst, die dames die bellers precies vertellen wat ze willen horen. "Het klopt helemaal", hoor je zo'n beller vaak bevestigend door de hoorn juichen. En je weet: ergens in Nederland zit een eenzame vrouw, 60+, met de telefoon in haar hand op de bank. Ze zucht en is opgelucht. Eindelijk iemand om te praten... eindelijk iemand die haar begrijpt. En dat is nou het jammerlijke; de paragnosten weten precies wat ze in de kuip hebben. Zondagnacht: "Ik voel ineens (want zo gaat dat bij paragnosten, ineens) een heftige pijn op de borst... kent u misschien iemand met hartproblemen?" aldus de paranormaal begaafde vrouw, een veertiger met Limburgs accent die regelrecht achter de informatiebalie van de bibliotheek lijkt getrokken. "O ja, die ken ik wel. Mijn overleden man", dient de aangeslagen belster van repliek. Iedereen kent iemand met hartklachten, dat is een inkoppertje. Bovendien bellen mensen niet voor niets naar AstroTijd; ze zitten ergens mee in hun maag. Eén en één is twee en de paragnost vervolgt: "Ja, uw man. Hij kwam al heel snel binnen. Dat was een man van 'doe maar normaal, dan doe je gek genoeg'. Dat zei hij ook altijd he? Hoe heet ie? Theo? Ja, dat zegt hij mij nu ook. Hij waakt over u en is trots op u. U moet gewoon een nieuwe relatie aan gaan hoor, zegt hij. Vindt hij helemaal niet erg, als u maar gelukkig bent." En de belster is in tranen geroerd. En ik denk: wat een zielige schijnvertoning.
Nog één voorbeeld dan. Willekeurige beller (gek genoeg altijd een vrouw) komt in de uitzending. Zware stem, beetje depri, je kent het wel. Paragnost weet genoeg, deze vrouw is negatief ingesteld. "Heeft u wel eens het gevoel dat u alleen voor anderen klaar staat, maar er niemand voor u is?" Hoppa, voltreffer. Iedereen heeft dat gevoel wel eens. Een depressief iemand al helemaal. Het is zo makkelijk. De vrouw klinkt wat kritisch ten opzichte van de paragnost. Ze krijgt vervolgens te horen dat ze paranormale gaven heeft en die verder moet ontwikkelen. "Ik raad u aan eens te bellen met één van onze privélijnen of een berichtje te sturen naar de sms-dienst." En zo wordt er geld verdiend.
Waar is de tijd van Edward van Erp. De bevlogen paragnost die nog wel eens een relletje in de uitzending haalde. Die sprak over comateuze echtgenoten en medische zaken en daarna werd bedolven onder een golf van kritiek. En de man van de doorgewinterde uitspraken en stevige oneliners als 'we moeten niet om de hete brij heendraaien' of 'de kat komt altijd op zijn pootjes terecht'. Heerlijk!
Terugdenkend aan de hoogtijdagen van CallTV, in de prehistorie van telefonische uitmelktechnieken krijg ik echter vooral weemoed naar de belspelletjes. Lieve nieuwe regering: mogen ze alsjeblieft terug op tv?
vrijdag 20 augustus 2010
Gillette shirtsponsor vierde elftal Tubanters
Lang heeft Bertus niet nagedacht over hoe de shirts te doneren. Het vierde elftal waarin bijna-schoonzoon Dennis Wijnberg sinds vorig seizoen speelt, leek de vrijwilliger van de Vriendenkring het juiste doel.
Zondag hing de sponsorcommissie het ingelijste nieuwe Gillette-shirt naast de andere shirts in de kantine. Maar niet voordat Bertus Friskes deze eerst officieel aan De Tubanters en vierde elftalspeler Dennis Wijnberg overdroeg.
Het vierde elftal bedankt Bertus voor zijn 'donatie' en is verheugd om als één van de weinige (24) teams in Nederland te mogen voetballen met Gillette als shirtsponsor. Gladgeschoren kijken zij uit naar de eerste bekerwedstrijd, 29 augustus tegen Avanti Wilskracht 6.
donderdag 5 augustus 2010
De LPG-Chinees
Samen rijdt je de zonsondergang tegemoet. En samen passeer je weilanden met ochtenddauw. Je doorstaat heftige slagregens, nauwe bosweggetjes en afgelegen zandpaden. En vooral: je doorstaat samen doodsangsten.
Zo wil er op de Duitse wegen nog wel eens een ongewenste passant de weg op flitsen. Een volgevreten duif, een trage egel of een bange salamander. En vooral veel hazen. Zo rende er mij laatst een verre neef van Bugs Bunny tegemoet. Met sierlijke sprongen verscheen de haas uit een smalle zijstraat van de 100-weg. Elke beweging leek een eeuwigheid te duren. De haas, hangend in de lucht, midden op de geasfalteerde rijbaan. De plotselinge schrik van een naderend blauw projectiel, de angst in zijn felgroene ogen. Even zoekt hij het oogcontact met mij…. Ik knik naar hem en samen weten we het: hij is er geweest. Dan ploft mijn voet op het rempedaal en de trouwe auto wijkt piepend en schreeuwend uit richting de berm. Het zijn centimeters, maar de haas weet te ontkomen aan een bloederig eind op een Duitse landweg. Vanuit de roggevelden zal hij zijn leven nog eens overdenken; vandaag wordt hij niet het avondmaal van rondvliegende aasgieren.
Even verder wordt de Peugeot weer in het gareel gehouden…. Ditmaal slingert een groot kalf over de weg. Ja, je maakt wat mee op de Duitse wegen.
Mijn grootste angst doorstond ik echter afgelopen maandag. Moe van een lange dag werken ga ik tanken bij de Avia aan de grens langs de Knalhutteweg. Bij het naderen van de tankshop ankert een Chinees zijn Opel aan de LPG-pomp. Niets aan de hand, zou je zeggen. Maar bij terugkomst, op het moment dat ik in de auto wil stappen, schiet bij de verstrooide Chinees de buis los van zijn tank. Een grote wolk LPG-gas rijst twee meter voor mijn neus de lucht in. De Chinees lacht wat nerveus en probeert in allerijl de buis wederom te bevestigen. Enkele seconden later schiet deze weer los en opnieuw kiest het gas het luchtruim. Ik besluit niet langer te wachten, want met dit onhandig genie voor me kan de pomp elk moment de lucht ingaan. Op weg naar huis kijk ik nog één keer in de binnenspiegel. Geen rookwolk, geen huizenhoge vlammen. De benzinepomp staat nog. We kunnen er volgende week gewoon weer tanken.
donderdag 15 juli 2010
Duitsers
Het blikje deed mij denken aan enkele weken terug, toen ik op weg naar het werk op de Nederlands-Duitse grens bij de Knalhutte werd staande gehouden door een Polizei-beambte. “Wohin gehtst du denn?”, werd er gevraagd door de agent, wiens vlassige blonde haarlokken wat verfomfaaid onder zijn strakke politiepet vandaan kwamen. “Eibergen? Das ist etwas aus die Richtung, ne?” Maar voor de rest was het een aardige kerel, die er zijn eigenzinnige trekjes op nahield. Zo komt bij het doorzoeken van de kofferbak een blikje Euroshopper Cola uit mijn tas gerold. In zijn handen tollend en met zijn neus bijna op ingrediëntenlijst van het blik gedrukt: “das sieht kömisch aus”. Ik mocht mijn weg vervolgen.
In de achtertuin in Eibergen vertelt de Duitse vrouw mij het verhaal dat de regio al twee dagen bezig hield. Een YouTube-filmpje waarop de vrouw in haar BMW door Oranje ‘supporters’ werd belaagd (dezelfde avond verwijderd door de filmster) haalde de website van Tubantia. In tegenstelling tot wat mensen op de site beweren (‘stelde niks voor’) legt de vrouw uit daadwerkelijk wel angsten te hebben doorstaan. Niet gek, als tientallen dronken gekken je de weg blokkeren, bier over je auto gooien, je voorruit verblinden met een Nederlandse vlag en massaal ‘alle Duitsers zijn homo’ zingen.
En dan vraag ik mij af; waar komt die haast aangeboren haat tegen onze oosterburen nu eigenlijk vandaan? Wat maakt het uitschelden van een Duitser ‘leuk’, maar wordt het racistisch als het om een willekeurige Turk of Afrikaan gaat? Ik zal er waarschijnlijk nooit achter komen – wordt het misschien van vader op zoon doorgegeven? Misschien is het ook wel jaloezie, want we hebben de Duitsers veel te benijden. Niet alleen zijn ze veel beleefder, gründlicher en zijn ze beter in autorijden. Ook is Duitsland het walhalla van bier, broodjes en Pascha, ’s lands en één van Europa’s grootste en gezelligste nachtclubs. En als dat niet iets is om jaloers op te zijn, weet ik het ook niet meer.
Voor mijn artikel op de site van TC Tubantia, klik hier.
Voor een bijbehorende filmpje (niet het originele helaas, want die was duidelijker) van de Duitse vrouw in Eibergen:
zaterdag 19 juni 2010
Huize Etna
‘Kathelijn (25): ik ben constant opgewonden’ weet het blad te melden. Ik moet eerlijk zeggen, mijn handen jeuken om stiekem een kijkje te nemen in het real life katern, alwaar het persoonlijke verhaal van de dame in kwestie in geuren en kleuren zal zijn opgetekend.
Ik doe het toch maar niet. De fantasie gaat zijn eigen beloop en met beelden van een constant opgewonden Kathelijn in mijn hoofd richt ik mij weer op het toilet, waarboven vier flikkerende kaarsjes voor het prille licht in de badruimte zorgen.
En stiekem overmant in mijn onderbuik een licht gevoel van medelijden, met Kathelijn welteverstaan. Of het is gewoon de Captain Morgan die begint te werken, dat kan ook.
Captain – ‘mix het met cola en het smaakt naar cola vanille’ – Morgan is een lichtzoete witte rum die je cola, zoals bewoonster van Huize Etna Britt al aangaf, inderdaad als cola vanille laat smaken. En laat cola vanille nu net één van mijn favoriete drankjes zijn, zoals ik sowieso wel houd van speciale varianten van de gevestigde merken. Voorbeeld?
Zo at ik in London, in de tijd toen Marsrepen nog echte repen waren in tegenstelling tot die zielige chocoplaquettes van nu, van de Mars Midnight.
In Duitsland zet ik mijn lippen al sinds ik me kan herinneren op een flesje Mezzomix, een mix van cola en sinas.
In Frankrijk ontdekte ik Coca Cola Orange, een drankje dat de Nederlandse markt jammer genoeg nooit heeft gehaald.
En in Kroatië maakte ik kennis met Cockta, naar wat ik eerst dacht een goedkope Cola-variant, maar niets bleek minder waar. Cockta – honderd procent Sloveense import – is gemaakt van rozenbottels. Voor de triviagekken onder ons: de bessen die groeien aan de hondsroos. De eerste drie slokken leken perfect, maar daarna ging het bijna direct weer via de slokdarm naar buiten. Nee, niet alle speciale drankjes zijn voor mij gemaakt.
Terug in Huize Etna nestel ik mij op de bank in de woonkamer. Nouja, nestelen. Ik zak diep weg en verdrink bijna tussen de zachte donkerblauwe kussens. Net op tijd kom ik weer boven voor een hap verse zuurstof.
Ik zit.
Tevreden grijp ik nog een kaasstengel uit een fleurig bakje dat – naar ik me heb laten vertellen – voorheen diende als plantenbak en ik kijk naar mijn voormalige Albert Heijncollega’s die een drankspel spelen. Even daarvoor vierde ik in het filiaal aan de Eschmarkelaan mijn definitieve afscheid van de grootgrutter. En op deze afterparty in Huize Etna drink ik voor de laatste keer een biertje met wat naaste AH'ers. Voor de laatste keer als collega tenminste, want stiekem hoop ik dat de avond nog een vervolg krijgt. Als was het maar om nog één keertje die Grazia te bekijken.
vrijdag 16 april 2010
Index
“Hee, gast… waar was je nou man, gast?”
“Dude, er was iemand zijn jas kwijt, dan moeten we wachten, kunnen we niks aan doen toch? (draait zich om naar de chauffeur en steekt zijn hand uit) Ik wil u wel even bedanken voor het wachten meneer. (De grijsaard knikt opgewekt en zegt dat het niet uitmaakt. Waarschijnlijk is hij al lang blij dat er eens iemand tegen hem begint te praten).
“Hee, gast, volgens mij stond je gewoon met een wijf te bekken man.”
“Dude, nee man. Jij hebt wel lopen bekken zeker.”
“Gast, ik heb vandaag gebekt met een lekker wijf zeg. Ik zou haar zo kunnen batsen denk ik.”
“Ik zou Danniëlle wel eens willen batsen.”
“Ahw, gast! Daniëlle? Die heb ik al gebatst man.”
“Serieus?”
“Jah… echt waar. Gast. Twee keer. Toen het even uit was.”
“Met Fleur?”
“Jah toen. Twee keer gebatst. Ze heeft een lekkere strakke kut hoor.”
“Hahaha.
(Hij denkt na)
Man, ik heb weer zin in vakantie man.”
“Ja ik ook man. Zuipen en batsen.”
(een derde bemoeit zich met het gesprek)
“We moeten eens naar een grote stad man. Barcelona ofzo.”
“Ahw, gast, dat is niks man. Vakantie met vrienden moet je niet cultureel ofzoiets gaan doen. Ik bedoel, dat is best leuk met je chickie, maar met vrienden moet je gewoon uitgaan en naar het strand en zuipen.”
“Klopt. Vorig jaar gingen we ook naar Spanje en we wilden één dag naar Barcelona. Maar we zijn niet gegaan, het geld was op omdat we alles opgezopen hadden hahaha.”
(een jongen richt zich op ons)
“Hey gasten…. Hebben jullie nog een lekker wijf gepakt vanavond?
Gasten?
Hej, gasten….
Hebben jullie nog een lekker wijf gepakt vanavond?
Hej gasten…..”
Leroy en Patrick kijken elkaar voor de zoveelste keer tijdens het enerverende gesprek met gefronste wenkbrauwen aan.
(Leroy zucht)
“Nee, we hebben een vriendin.”
Patrick knikt.
Ik lieg mee.
Allard doet alsof hij slaapt en leunt met zijn hoofd tegen het raam van het passagiersbusje.
“Dude, jullie hebben een vriendin? Jammer voor jullie man!”
zondag 4 april 2010
Tik
Dinsdag in de trein naar school. Meer dan een halfjaar geen fatsoenlijke treinreis ondernomen, dus dan is het even wennen als je weer in een coupé zit opgesloten met de meest diverse en markante figuren die onze samenleving rijk is. Geconcentreerd zit ik te lezen en luister ik ondertussen naar de vrolijke noten van Acda en de Munnik op de Mp3-speler. Dan klinkt er een harde ‘tik’ boven de muziek uit. En nogmaals ‘tik’. Een kort, maar fel geluid… alsof je de linkermuisknop goed en diep indrukt. Als ik uit frustratie bijna aan de bladzijden van mijn boeiende boek begin te knabbelen, zie ik de dader van het irritante geluid. Een donkere man staat op en aait over zijn grijze haar. Dan verwijdert hij met één veeg de achtergebleven nagels op zijn treinstoel. Verschrikkelijk, deze gewoonte in de trein. Des te meer, omdat ik tussen Deventer en Zwolle nog zo’n figuur naast mij blijk te hebben zitten. ‘Tik….. Tik…. Tik…’ De nagels vliegen me bijna om de oren en de nagelknipster lijkt er geen enkel probleem mee te hebben.
Terug in de trein naar Enschede (ja, ik zit tegenwoordig langer in de trein dan op school) denk ik rustig in mijn boek verder te kunnen lezen. Ik heb me vergist, want al voor het vertrek uit Zwolle hoor ik weer dat irritante getik ergens uit de coupé. Vermoeid kijk ik naar buiten. Op een ander perron maakt een overjarige rasta (inclusief Osama-baard) de boel schoon, daarbij zittend op een schoonmaakmachine met ingebouwde borstels. Wat als de man nu een paar centimeter van zijn koers afwijkt en een nietsvermoedende voorbijganger schept, denk ik. Of wat als hij zelf niet oplet en zo op het drukke spoor stort? Vertrekt mijn trein dan nog wel op tijd?. Het andere raam biedt niet veel beter uitzicht. Twee spoorwegmedewerkers, van wie de gele jas en volgepakte oranje rugzak zó vel afsteken, dat ik bijna zou moeten turen om de mannen in de gaten te houden. Ze lopen naast het spoor en lijken onrustig. Continu kijken ze achterom, alsof ze een aanstormende stoomlocomotief verwachten. Die blijft uit, waarna één van de twee spoorwegmedewerkers, een rossige man met bolle rode wangen, een gezellig gesprek met zijn ongeïnteresseerde collega probeert te voeren. Ik besluit me weer te verdiepen in Gil Reavill’s schoonmakers van de CSI, maar kom in de twintig minuten durende rit naar Deventer niet verder dan drie bladzijden. Het getik brengt me van de wijs. Bij het verlaten van de trein verwacht ik bij het meisje dat het geluid het laatste half uur produceerde een hoge berg met nagels. Zou ze maar meteen die van haar tenen hebben bijgewerkt? Wat volgt is een anticlimax: de nerveuze griet blijkt al die tijd met haar pen te hebben zitten spelen. Het wordt tijd voor een tikverbod of een tikvrije coupé; ik raak namelijk van al dat getik getikt.
maandag 29 maart 2010
Voorjaar
De lente zit in de lucht, je zintuigen schreeuwen het uit als je een stap naar buiten waagt. De zoete, frisse geur van het voorjaar en van natgeregende straatstenen. Je neus die je longen en hersenen van een gezonde dosis pure zuurstof voorziet. Het is niet uit te leggen, het is niet te vergelijken. Het is het moment dat je eenmaal per jaar ervaart als je naar buiten loopt en je weet: het is voorjaar.
Het gevoel van het warme zonnetje en de zachte, frisse bries. Te koud om zonder jas te lopen; rits geopend, trui uit. Je proeft het in het bier, in alles, maar vooral in het fruit als je smaakpapillen weer open staan voor een mengelmoes van zoet en bitter. Je ziet het aan de duiven die weer vechten voor de mooiste plek op de dakgoot. Of de bejaarde – anders zo mopperende – hond, die het tafereel met kwispelende staart aanschouwt, als ware hij in zijn jonge jaren. En je hoort het. Je hoort het als je opstaat. Een vogelconcert met mussen, lijsters en merels die een nieuwe voorjaarsochtend vrolijk tegemoet zingen. Ze lijken uit een lange, ijzige winterslaap getoverd.
En langzaam ontwaak ook ik uit die winterslaap en besef me dat ik te lang te weinig blogs heb geschreven. Daarom wordt het hoog tijd dat ik mijn writer’s block na mijn lange stage definitief de deur wijs en ga zorgen voor nieuwe producties. Tenminste, als de lezers inmiddels niet zijn afgehaakt natuurlijk.
vrijdag 12 februari 2010
Hennepplantage
Even daarvoor zat ik nog op de redactie aan de Groote Markt. Er was een tip binnengekomen over een ontruiming aan de Duivekervel. Dus mag ik een kijkje nemen… met fotocamera natuurlijk.
Het was haasten. Je weet immers nooit of het om een grote of kleine plantage gaat.
Aangekomen blijkt dat zelfs de ontruimingsdiensten nog zijn gearriveerd. Wel lopen er enkele politieagenten en rechercheurs in het pand, dat door de inval een half uur eerder twee voordeurruiten moet missen.
Dan maar terug in de auto. Muziekje erbij en wachten… wachten op de ontruimingsdiensten.
~
Als ik in mijn binnenspiegel een takelwagen, voorzien van afvalcontainer, zie passeren weet ik genoeg. De ontruiming gaat beginnen. In het kielzog van de takelwagen komt een auto met bakken voor de hennepplanten, de aannemer en een medewerker van een gasbedrijf. Als ik tien minuten later druk aan het fotograferen ben richting het openstaande slaapkamerraam – van waaruit allerlei kweekhulpmiddelen in de container worden geworpen – komt een kale rechercheur aangelopen.
“Jij bent er snel bij”, zegt hij met een brede lach.
“Ik ben ingelicht”, antwoord ik terwijl ik me gelijk maar even voorstel.
“Door wie?” En de kale agent kijkt me nieuwsgierig aan.
Op dat moment weet ik nog niet wie onze redactie heeft ingelicht over de ontruiming, maar omdat ik het in dat geval ook niet zou zeggen, houd ik het lekker mysterieus.
“Dat mag ik niet zeggen.”
De rechercheur lacht. “Dat mág je niet zeggen of dat wíl je niet zeggen?”
Leuk, zo’n bijdehante opmerking. Maar ik houd voet bij stuk.
“Ik mag het niet zeggen én ik wil het niet zeggen…… en ik weet het ook niet trouwens”, biecht ik dan maar op.
De kale politieman lacht weer.
Nu stel ik de vraag: “En wat kan jij mij hierover vertellen?”
De rechercheur voelde de vraag al aankomen en is goed voorbereid.
“Ik kan hier nog niets over zeggen”, is het verwachte antwoord, “maar ik denk dat het wel duidelijk is dat het om een kwekerij gaat.”
Ik zeg dat ik datzelfde vermoeden ook heb.
Samen kijken we nog even naar het openstaande slaapkamerraam, als een in oranje gehulde schoonmaker een grote, lege kartonnen doos in de afvalcontainer gooit.
En inmiddels is de Duivekervel bedekt onder een flinterdun laagje poedersneeuw.

[Foto: Wilco Louwes, Bron: TC Tubantia]
dinsdag 2 februari 2010
Het drumstel van Kane
Niet veel later zouden de bandleden van Kane de soundcheck zelf doen, al ware het maar voor even. En zonder leadzanger Dinand Woesthoff. Tja, je bent een leadzanger of niet he?
Vrijdagmiddag, backstage bij de voorbereidingen op Vrienden van Amstel Live. Zomaar? Nee, want ik mag meelopen met de Oldenzaalse Wajong-ambassadeur Cor Kamphuis, die samen met collega-ambassadeur Guus van den Dungen in het zonnetje wordt gezet door de UWV. Cor en Guus trekken met z’n tweeën het hele land door om bedrijven kennis te laten maken met de Wajong – zeg maar de AOW voor jonggehandicapten – en wat de mogelijkheden zijn om een Wajonger op een goede manier in het bedrijfsleven te laten integreren. Volgens Cor krijgen deze mensen al snel een stempel opgedrukt en durven werkgevers een dienstverband niet aan te gaan. Een duidelijke en kwalijke zaak dus, die Cor en Guus als ambassadeurs aan de kaak proberen te stellen.
Het was een leuke dag in Ahoy, maar het contact met echte sterren bleef helaas uit. Ze vonden het klaarblijkelijk niet nodig om voor het vijfde concert nog te moeten oefenen.
Besloten wordt een rondje kleedkamers te doen. Altijd leuk. Even binnenvallen bij Het Goede Doel van Henk Westbroek (er wordt daar zo te ruiken behoorlijk wat afgerookt), Xander de Buisonjé (inclusief breedbeeldtelevisie en massagetafel) en Van Velzen. Bij laatstgenoemde wordt de deur na het kloppen verrassend van binnenuit geopend. Een ongeschoren gestalte kijkt ons vriendelijk aan. Geen Van Velzen. Wel zijn crew, die wordt getrakteerd op het promotiepraatje van Cor. En ze lijken het niet erg te vinden. Integendeel; ze luisteren aandachtig naar wat de Wajonger te vertellen heeft. Zo wordt het dagje uit van Cor gedeeltelijk toch een werkbezoek.
Op de terugweg naar Oldenzaal (er moest immers nog voor elf uur ’s avonds een twee pagina’s vullend artikel worden geschreven) krijg ik gezelschap van Cor, die meerijdt. Er zouden nog boeiende gesprekken volgen, waardoor mijn kennis over de Wajong en het ambassadeurschap daarvan een flinke opsteker heeft gekregen.
Maar niet alleen de Wajong krijgt aandacht. Ook de begeleidster namens het UWV zou Cor ter sprake brengen.
“Een pittige meid he?”
En ik knik. Dat kan ik alleen maar bevestigen.
maandag 21 december 2009
Kerstgedachtes
Zoals altijd is het muisstil. Of het moeten wat rinkelende koffiekopjes zijn in het cafeetje naast de Kruidvat. De dames van Bart Smit en Bakkerij Bart zijn al druk in de weer om een lange werkdag voor te bereiden.
En door de speakers klinkt muziek. Kerstmuziek. Geen door Frank Sinatra vertolkte ‘Have yourself a merry little Christmas’ of het even prachtige ‘Thank God it’s Christmas’ van Queen, maar zoetsappige nummers van Mariah Carey en consorten.
Het mag geen geheim meer worden genoemd: ik heb het niet zo met de feestdagen. Waardoor het komt? Geen idee, want ik vind de winter eigenlijk wel fijn. Een middag koukleumen bij een voetbalwedstrijd en daarna de kantine in om met z’n allen een biertje te drinken. Of twee, of drie.
Enfin, het moge duidelijk zijn. Het heeft zijn charme, met bevroren en onbeweegbare tenen, klappertandend thuiskomen en met een warme chocolademelk gezellig voor de verwarming zitten (helaas hebben wij geen open haard). Het is wat anders dan in de bloedhete zomer, vies van je eigen zweet, op te staan terwijl de rugleuning van de stoel nog aan je achterste zit vastgekleefd.
Toch heb ik een hekel aan feestdagen. Noem ze maar op: Sinterklaas, Kerst, Pasen, oud & nieuw, Sint Juttemus. Het heeft misschien te maken met het feit dat feestdagen geen feestdagen meer zijn.
Het zijn feestmaanden.
Eind september, terwijl de terrasjes nog bomvol nazomerende schaarsgeklede dames zitten, worden de eerste pepernoten de winkels al binnengereden. Als Sinterklaas het land uit is komen de kerstkransjes weer te voorschijn en heeft de helft van Nederland al een denneboom in de kamer staan. Om nog maar niet te spreken van die achterlijke blauw verlichte voortuinen. Alsof het een helikopterlandplaats is. Pasen wordt halverwege februari langzaam ingezet, vlak nadat Nederland zijn jaarlijkse massale verkleedpartijtje (Carnaval heet dat volgens mij, in de volksmond) met een drie dagen durende kater vaarwel heeft gezegd. En halverwege oktober kijk ik ‘s avonds vertwijfeld naar de jaarkalender, omdat in de achterstandswijk waar ik woon een dagelijkse vuurwerkshow te zien is.
Het is jammer. We noemen het kerstfeest een traditie die te allen tijde in stand moet worden gehouden, maar laten we het dan ook als een traditie behandelen. Dat betekent de boom een paar dagen voor kerst optuigen, in plaats van eind november. Bij ons thuis staat hij dit jaar waarschijnlijk niet, trouwens, die kunstboom. Het plezier is er wel een beetje van af. En of mij dat een saaie zak maakt? Saai in ieder geval niet, maar ik heb gewoon een hekel aan het verplichte. Het gedwongen vrolijk mee moeten doen aan een feest dat tegenwoordig meer bedoeld is om zoveel mogelijk geld uit de portemonnee van de consument te trekken in plaats van het uitbeelden van de traditionele kerstgedachte. Zoiets zie je alleen nog in de kerk…. Maar daar zal ik niet zijn, de 25ste. Misschien zit ik gewoon op mijn kamer, kijk ik een film of zet ik Lonely Christmas van Mud erop. Wat een heerlijk toepasselijk nummer trouwens.
dinsdag 1 december 2009
De Kaffeefahrten Maffia
Dubieuze tombola in De Lutte[Bron: TC Tubantia, 25 september 2009, Wilco Louwes]
LOSSER/DE LUTTE – De heer en mevrouw Silder uit Losser keken deze week vreemd op, toen zij namens het ‘Euro-team’ een uitnodiging voor een prijsuitreiking in De Lutte kregen toegestuurd. De brief, verzonden in een blanco envelop, meldde dat een prijs ter waarde van 300 euro op het echtpaar wacht. Deze moet dan wel op de ochtend van 8 oktober in zalencentrum De Vereeniging in De Lutte worden opgehaald, want toezending per post is niet mogelijk. Ook doet de brief de Silders vermoeden een espresskoffiezetapparaat (inderdaad zonder ‘o’) te hebben gewonnen, maar dat blijkt nog niet het geval.
Euro-team: ‘Prijzen in brief gegarandeerd’
Ze waren allerminst gecharmeerd van de uitnodiging voor de zomertombola in De Vereeniging in De Lutte. In de brief staat dat de familie Silder uit Losser de prijs vorig jaar niet heeft afgehaald en nu nog één kans heeft om ervan te profiteren, voordat het komt te vervallen. Het echtpaar zegt van die bewuste prijs echter nog nooit iets gehoord te hebben.
Bij aanwezigheid op 8 oktober worden de geadresseerden diverse cadeaus beloofd. Zo wacht er behalve de prijs ter waarde van 300 euro ook een digitale klok/fotolijst op het echtpaar. Als ze een ander stel meenemen, slepen ze ook nog eens een kaasmessenset in de wacht.
Opvallend aan de brief is het lijstje met prijzen dat (inmiddels) al is overhandigd. Daartussen prijkt de naam van Silder, met volledige postcode. Bij de andere prijswinnaars worden alleen de cijfers van de postcode vermeld. Een zoektocht naar de anderen namen op de lijst; Bakker, Harmsen, Smeets en Albers in de betreffende postcodes levert een resultaat van soms wel veertig mogelijke personen op.
Het Euro-team GmbH, zoals het bedrijf voluit heet, is gehuisvest in het duitse Augustdorf, heeft een postbus op industrieterrein Het Broek in Arnhem en een KvK-nummer dat naar een rechtspersoon in het Gelderse Velp verwijst. Het bedrijf (dat voornamelijk handelt in dekbedden en matrassen) en de bijbehorende tombola worden door consumenten op het internetforum van Tros-programma Radar veel bekritiseerd. Euro-team verzoekt geadresseerden in zijn brieven vriendelijk met vragen niet de betreffende zaal te bellen, want die kan toch geen nadere informatie geven. Daarvoor is er door het Duitse bedrijf op werkdagen tussen 9.00 en 12.00 uur de infolijn in het leven geroepen.
Een woordvoerster van Euro-team GmbH laat via die infolijn weten dat alle prijzen op de brief gegarandeerd zijn. “Mensen zeggen 300 euro te krijgen, maar op de brief staat een prijs ter waarde van 300 euro”, benadrukt ze. Een andere woordvoerster, Femke, bevestigt haar collega. Wel erkent ze dat het in de brief niet om een espresso-koffiezetapparaat gaat. “Er wordt één espresskoffiezetapparaat verloot onder alle postcodes van geadresseerden uit de omgeving”, laat ze weten.
Zalencentrum de Vereeniging weet niks van de intenties van het Euro-team. De zaal is door een tussenpersoon van de in Duitsland gehuisveste maatschappij afgehuurd. Eerder zou het Euro-team wel demonstraties hebben gegeven in het toenmalige zalencentrum De Tankenberg. Er zijn inmiddels meerder vragen over de prijsuitreiking binnengekomen. Het is daarom nog niet bekend of de zomertombola in De Lutte wel zal doorgaan. Ook de politie Twente heeft zich inmiddels op de kwestie gestort en waarschuwt mensen voor valse verwachtingen.
Publiek gewaarschuwd, de consument tevreden, hoofdstuk afgesloten zou je denken. Niets blijkt echter minder waar. Enkele weken geleden schreef een collega-journalist van de TC Tubantia een sfeerverslag van zo'n verkapte verkoopdemonstratie. Het bracht mij weer op een zoektocht naar de in Duitsland bekendstaande 'Kaffeefahrten Maffia'. Van een onschuldig eenmansbedrijf dat wat bijbeunt lijkt geen sprake meer. Hoewel het Euro-team en consorten op de randen van de wet balanceren, zijn vele ouderen makkelijk te paaien met de misleidende prijsuitnodigingen. Het gezicht en de werkwijze van de in het buitenland opererende Kaffeefahrtenaanbieders worden mij steeds duidelijker. Ze lijken dichterbij te zitten dan aanvankelijk gedacht.
Wordt vervolgd!
dinsdag 8 september 2009
Intro’s en ontgroeningen
Ik loop vanuit het schoolgebouw van Windesheim naar mijn auto en passeer onderweg de gymzaal. Niets bijzonders zul je zeggen, zo’n gymzaal. Maar met deze gymzaal was iets aan de hand.
De buitendeur stond namelijk open.
En in de gymzaal zelf lagen wel honderd slaapzakken met her en der wat verfrommelde kleren, volgepakte weekendtassen en opgedofte kussens. Er liepen wat verdwaalde studenten in t-shirts zo felgeel, dat ik mijn ogen moest dichtknijpen.
Ik besefte wat er aan de hand was: de jaarlijkse introweek.
De introweek, een van de vele fenomenen die mij volledig is ontgaan.
Je moet het hebben meegemaakt, zo wordt er gezegd.
Ja, fantastisch.
Je de hele week de klaplazarus zuipen.
Zo gaat dat nu eenmaal, goed voor de contacten, zeggen ze.
Contacten met andere mensen die zich ook de hele week de klaplazarus zuipen.
Mensen die je de week erna, in nuchtere toestand, niet meer herkennen.
Dat moet wel een hele belevenis zijn.
De volgepakte gymzaal met slaapzakken.
Het deed me even denken aan zo’n vluchtelingenkamp, die je op televisie wel eens ziet als er weer iets aan de hand is in het Midden-Oosten.
Met z’n allen de hele week op een kluitje liggen.
Benauwd.
Tegen onbekenden aan.
De harde, kille grond van de gymzaal.
In de doordringende bierlucht.
Gezellig.
Ik lig dan toch liever in mijn eigen bedje.
Niet dat dat alles is, het krakerige ding is een niet passende bouwval waar ik tijdens mijn slaap al twee keer doorheen ben gezakt.
Maar hij slaapt nog goed en zeker beter dan een zaal waar het hele jaar sporters hun zweet op laten gutsen
Het is niet eens zozeer de introweek waar ik een aangeboren hekel aan heb.
Introweken zijn namelijk verbonden een het instituut dat ik het meest verafschuw: een studentenvereniging.
En een doorsnee studentenvereniging kent weer een zogenaamde ontgroening.
Vieze opdrachtjes die je moet vervullen om er bij te kunnen horen. De slaaf van de tweedejaars.
Dat is wel het laatste dat ik zou doen.
Ik kijk op Youtube en zie hoe nieuwe studenten worden geplaagd, gepest, en uitgescholden.
Hoe ze worden besmeurd met viezigheden, worden geslagen en hoe de broek van hun kont wordt getrokken.
Ook bij de meiden.
Wie legt me alsjeblieft uit wat hier leuk aan is? Want ik ben al jaren op zoek naar een goed argument en ik ben benieuwd of ik er dan ook net zo stom en nichterig om kan lachen als die losers die deze ziekelijke rituelen ook nog op film zetten. Het is me na dertien filmpjes namelijk nog steeds niet gelukt!
Neem dan die ontgroeningen die we niet eens op film terugzien, maar direct in de krant, als er weer iemand is opgenomen in het ziekenhuis met een alcohol- of watervergiftiging.
Want ook bij ontgroeningen mag zuipen natuurlijk niet ontbreken. Nee, dat is onlosmakelijk verbonden met het ideale studentikoze leven. Zuipen en teren op de maximale lening bij de IBG, die schuld betalen we over tien jaar wel af. Toekomst is niet belangrijk.
Ik weet niet wie ik nu zieliger moet vinden.
Zijn het de mensen die de ziekelijke ontgroeningen bedenken of zijn het de mensen die ze uitvoeren, zodat ze geaccepteerd worden in de groep?
Noem mij te nuchter.
Noem mij te serieus.
Maar ik vind ze beide door en door triest.
woensdag 26 augustus 2009
Heimwee naar belspellen
Volgens mij heeft de Tweede Kamer het op mij gemunt.
Ze hebben lucht gekregen van mijn nachtelijke escapades voor de beeldbuis en nu willen moraalridders Femke Halsema, Ab Klink en consorten revanche.
Eerst moesten de belspelletjes er aan geloven.
Een doodszonde als je het mij vraagt.
Misleiding of niet, maar belspelletjes zijn verschrikkelijk leuk om ’s nachts naar te kijken. Vooral na het uitgaan, onder het genot van een Cola en met de laptop op schoot is het lachen geblazen.
Er is namelijk niets leuker dan luisteren naar mensen die bij een dier met de ‘S’ denken aan de Chimpansee. En dan de blunders die de blonde dozen van de presentatie zelf begaan: super! Hadden ze die selectie van winnaars nu maar iets eerlijker laten verlopen, dan was er nu geen probleem.
Toen de belspelletjes naar de prullenbak werden verwezen zat ik even in zak en as.
Hoe moest ik mij ’s nachts dan nog scherp houden?
Gelukkig kwamen de televisiebazen met een redelijke oplossing om ook mij te kunnen behagen: AstroTijd.
Geen toptelevisie en bij de presentatie van de meeste helderzienden zelfs verschrikkelijk, maar voor Edward van Erp kon je me altijd nog even uit bed houden.
Wat een man, die met onuitputtelijk enthousiasme positieve tips geeft aan zijn hulpbehoevende bellers.
“Ik heb er geen zin meer in, in het leven”, kermde eens een verwarde vrouw door de telefoon. Haar werd direct (en gratis) een zogenaamde privéconsult gegeven.
Zo is Edward.
Ook deed hij eens uitspraken over iemand die op dat moment in een coma lag. Deze uitspraken werden met zoveel enthousiasme bij de kijkers ontvangen, dat hij de hele nacht werd platgebeld door scheldende nietsnutten.
Geweldige televisie dus, als je om 2.00 uur nog op zit.
Ik heb me in ieder geval rot gelachen.
Helaas werd ook deze vorm van televisie niet toegelaten, omdat het ook het stempel ‘misleiding’ werd gegeven.
Wat dat betreft is het er nu niet veel beter op geworden.
Elke avond blonde langharige dames die met opengesperde benen en roze slipjes zo erotisch mogelijk klinkende vunzige teksten uitkramen.
Opvallend: allemaal lijken ze dezelfde ingesproken omastem te hebben.
Ook nu, tijdens het schrijven van deze blog, is er niet veel soeps op Relax TV.
Een blonde dame op het strand van Bloemendaal, die tussen de duinen vertelt over haar korte rokje en hoe je ‘overal gemakkelijk bij kan komen’.
De stoeipoes speelt sierlijk met haar zwarte kanten behaatje, alsof deze niet goed zit. Ze knipoogt wat in de camera, zet haar even zo geile vriendin (die toevallig net single is en dus te bereiken is op een privé sms boxnummer dat handen vol geld kost en met paarse letters in beeld verschijnt) nog even in de picture en weet dan ook niks nuttigs meer te doen.
Kunnen de commerciële zenders alsjeblieft iets anders verzinnen om de nacht mee te vullen?
Herhalingen?
Leuke oudere films?
TV-programma’s van vroeger?
Help me a.u.b. !
Anders voel ik me gedwongen om vroeg naar bed te gaan!
dinsdag 18 augustus 2009
Brugklas
Ik kan niet wachten om ’s ochtends rond acht uur al die brugklassertjes gehaast en met overdreven ingepakte rugzakken, slingerend over de Van Deinselaan te zien fietsen.
Het doet me denken aan hoe ik zelf voor het eerst naar school vertrok.
‘Twee boeken voor Nederlands. Deel A en B. Laat ik ze allebei maar meenemen, dan is het altijd goed.’
Aan het eind van de dag pakte ik alle twintig boeken weer braaf uit, om tot de conclusie te komen dat ik er maar drie gebruikt had.
Een paar jaar later ging het anders. Toen nam ik pas een boek mee naar school, als ik het echt nodig had.
Resultaat: bijna elke dag een halflege tas en de broodtrommel die voor opvulling zorgt.
Achja, de brugklas.
Die goede oude tijd.
De spanning, die maanden van tevoren al begint, maar na het afsluiten van de CITO-toets pas echt toeneemt. Dan begint het zoeken naar de nieuwe school.
Bij mij werd het Zuid. Het Stedelijk Lyceum.
‘De school waar iedereen een mes draagt’, zo werd hier en daar al geroddeld. Messen heb ik er nooit gezien, op school, behalve in het lokaal van verzorging.
Over verzorging gesproken, daar noem ik ook een vak. Alles wat er in deze nutteloze uren werd verteld ging bij mij het ene oor in en het andere uit. Nu weet ik dus spijtig genoeg nog steeds niet hoe die wasmachine van ons werkt!
De brugklas op Zuid.
Het is even wennen, al die regels.
Zo mag je bijvoorbeeld tijdens de pauze niet in het midden van de aula gaan zitten.
Nouja, het mag wel, maar het is je sterk afgeraden.
Elk jaar zijn er weer enkele gewetenloze figuren die het erop wagen.
En elk jaar worden ze binnen enkele minuten weggejaagd door een regen aan kleingeld, dat vanaf boven, vanaf de befaamde vide, naar ze toe wordt geworpen.
Het eerste jaar op de grote school.
Elke vijftig minuten de bel. Een monotone pieptoon die je tien seconden lang irriteert.
En dan: tas inpakken, opstaan en rennen. Wurmend door de massa.
Hoe sneller hoe beter.
Want als je niet binnen vijf minuten in het andere lokaal bent, dan zwaait er wat!
Elke vijftig minuten een bel.
Voordat ik de baard in de keel kreeg, had ik het tot mijn kunst verheven om de bel exact te kunnen imiteren. Dat heeft me in het tweede jaar zelfs wat strafwerk gekost, bij de strenge mevrouw Huizingh van Duits.
Tien minuten voor het einde van de les, imiteerde ik onopvallend de bel. De klas stond op en liep het lokaal uit.
Mevrouw Huizingh pakte haar tas.
Ik stond even later buiten in de schijnwerpers en natuurlijk mocht iedereen weten dat ik het was, van die bel. Jammer genoeg stond mevrouw Huizingh in de deuropening.
En terwijl de echte bel klonk, ging de grijze bos krullen van Huizingh gebukt over ‘Na Klar!’ Gedecideerd wijzend naar de woordenlijsten die ik zou moeten gaan overschrijven.
Een jaartje brugklas.
Drie disco’s en een kerstbal, dat had je nog nooit meegemaakt.
Ja, met kerst deed je wel iets oubolligs op de basisschool. Met z’n allen in de klas, met een plastic bord op je met papieren kleed gedekte schooltafel. En dan gezellig aan het kerstdiner, tientallen kaarsjes die voor het prille licht zorgen.
Nee, dan gaat het er op de middelbare school wel anders aan toe. Daar waren disco’s die tot elf en soms wel tot twaalf uur duurden!
Dansen deed je niet, of amper. Alleen schuifelen, daar was je nog wel voor te porren.
Zodra de bekende ballads - ik noem de titelsong van Titanic of Notting Hill - aanvingen ging men op zoek naar een danspartner. En daar stond je dan, op de dansvloer. Nouja, ik vaker niet dan wel. Dus daar stond ik dan te kijken hoe er langzaam werd geschuifeld over de met cola en andere smerigheid besmeurde dansvloer.
Een heel jaar brugpieper.
En dan is het voorbij, dan ga je naar de tweede klas.
Met een nieuwe lading brugpiepers die de school komt verkennen.
En dan ben jij degene die ze uitlacht en plaagt.
Dan begint de nieuwe tijd.
De tassen worden lichter, de schooldagen korter.
En als je echt oud genoeg bent, dan mag je elke dag bekijken, hoe duizenden scholieren zich met chagrijnige koppies naar school begeven.
De brugklas, die goede oude tijd.
dinsdag 4 augustus 2009
Meelopers
Enfin, diep in de nacht of in de zomervakantie wil ik dus wel eens blijven steken bij MTV. Ik zal eerlijk zijn: bij sommige programma’s kan ik me best wel eens vermaken. ‘Made’ of ‘The X-effect’ bijvoorbeeld. Maar er zijn ook programma’s waar ik me ronduit aan kan ergeren. En daarvoor zullen ze ook wel zijn gemaakt, denk ik.
Ik noem ‘My BFF’ als voorbeeld. Een programma waarin tien jonge hopeloze grietjes er werkelijk alles voor over hebben om de Best Friend Forever van Paris Hilton te worden.
De accessoire van een stinkend rijke hotelerfgename die nog nooit iets heeft uitgevoerd, maar wel in elke mannenbroek van New York blind de weg weet.
Een eeuwige breezerslet voor wie ‘Forever’ een relatief begrip is, net als ‘morgen’ of ‘volgende week’ voor een normaal functionerend mens. Het programma had daarom net zo goed ‘My Best Friend For Tommorow’ of ‘My Best Accessoir Forever’ kunnen heten.
Opvallend, is hoe de tien gegadigden in het programma blind achter Paris Hilton aanlopen. Wanneer een rapper genaamd Dirt Nasty (en zo ziet hij er ook uit) in een nieuwe uitdaging van Paris aan elke dame vraagt om een wangkus of een likje op zijn buik, doet bijna iedereen dit. Want, zo weten ze, Paris kijkt via een camera mee en zal met een deskundige beoordeling bepalen wie van de meelopers afvalt, omdat ze niet bij haar past.
Het meest verlegen meisje van het stel begint te zoenen met Dirt Nasty, want - zo zegt ze zelf - zij dacht dat dat maar moest.
Blind doen de dames wat Paris van hen verlangt.
Het zijn allemaal sletten in opleiding.
De afvaller? Het meisje dat niks van meneer Nasty moet weten en haar eigen wil heeft.
‘My Supersweet Sixteen’, nog zo’n voorbeeld van meeloperij.
In dit programma volgt MTV een meisje dat zestien wordt in de aanloop naar haar grote kitscherige feest in de duurste tent van haar stad.
De hele school staat op het schoolplein te krijsen als de uitnodigingen in ontvangst worden genomen. “Wie niet wordt uitgenodigd hoort er niet bij” of “Dit wordt nog mooier dan mijn eigen bruiloft”, zijn veelgehoorde uitspraken van de wannebees op het plein.
Te triest voor woorden.
In de wolken om op het feest van het rijkeluispopuliertje te zijn uitgenodigd, alwaar je ogen worden uitgestoken met een optreden van een of andere (mij onbekende, maar voor de meesten wereldberoemde) gangsterrapper en een spiksplinternieuwe auto als verjaardagscadeau.
En dat allemaal onder het motto: pappie betaalt.
Iedereen gaat uit zijn dak.
Schreeuwt en krijst.
Krijst en huilt.
Huilt en schreeuwt.
Want ze horen erbij.
Ze zijn getuige geweest van het feest van het populairste meisje van de school.
En zij, zij zit op een troon.
En ze huilt ook.
Niet van blijdschap, maar omdat haar nieuwe Mercedes blauw is, terwijl ze nog zo had tegen papa had gezegd dat zachtroze haar lievelingskleur is.
Maar iedereen schreeuwt haar naam, dus wat maakt het nog uit?
Meelopen.
Meeschreeuwen.
Meedoen om ‘er bij’ te horen.
Ik heb er altijd een hekel aan gehad. Waarbij moet je eigenlijk horen?
Het liefst ga ik tegen de draad in, steek ik de kop in het zand.
Als iedereen naar links wil, denk ik: waarom gaan we niet naar rechts?
Als iedereen in die vreselijke nieuwe All-Stars loopt en elkaar kwijlend over hun nieuwe schoeiseltjes vertelt, koop ik mezelf een paar bij Schuurman. Ze zitten nog lekker ook, bovendien.
En als iedereen op de openingsdag van de Drie Gezusters uren in de rij gaat staan om naar binnen te mogen, sla ik dit tafereel vanaf een rustig terrasje gade, om een maand later dan zij te constateren dat de voorspelde gezelligheid er nog wel tegenvalt.
Meelopen.
Blind achter de groep aanlopen, zonder te denken aan je eigen mening.
Onbegrijpelijk.
Daarom heb ik bewondering voor diegenen die dwars ertegenin gaan.
Die maling hebben aan het gebruikelijke en het verwachte.
Arie Boomsma bijvoorbeeld. Zo’n man die druk bezig is het imago van zijn geloof te verbeteren met voor de EO baanbrekende programma’s. Dit tegen wil en dank van zijn eigen omroep en omroepleden in.
Daar is lef voor nodig!
In afwachting van meer van deze persoonlijkheden zap ik voorlopig toch maar niet langs MTV. Het blijft namelijk ook wel weer grappig om honderden hersenloze volgertjes achter de mislukte ‘Beauty Queen’ van hun school te zien banjeren.
maandag 27 juli 2009
Verhalen uit Kroatië (2): Een dag in Medulin
Zeg maar gerust: kokend heet.
De verouderde stadsbus is als een warme bakkersoven, en wij liggen er als goudbruine croissants in te gloeien.
Airconditioning is er niet. Wel is er af en toe een vlaag van frisse lucht, die ons via de half - maar maximaal - geopende plastic raampjes weet te bereiken.
Ook al is de afstand naar Pula maar tien kilometer, we zullen drie kwartier in de oven moet verblijven. Alle kleine gehuchtjes tussen Medulin en Pula worden namelijk ook aangedaan.
De stadsbus rammelt.
Het dingt trilt, wiebelt en kraakt aan alle kanten. Het is een bus die vijftien jaar geleden ook door onze straten reed, maar inmiddels al vele jaren weer is afgeschreven.
Het kolossale voertuig wurmt zich door de kleine dorpssteegjes van Medulin.
Straatjes die een uit de kluiten gewassen stationwagon (je weet wel, zo'n grote roestige Volvo, waar het hele gezin in past) al geringe ruimte hebben te bieden. Laat staan een stadsbus. Zowel aan de linkerkant als aan de rechterkant heeft de bus niet meer dan dertig centimeter om uit te wijken. Het lijkt de chauffeur niet te deren, want met een rotvaart weet hij de bus door het dorp heen te sturen. En dat zonder ongelukken.
Naast de buschauffeur staat een man in een uniform.
Het is een soort conducteur, maar dan in de bus.
Hij heeft een apparaat in zijn hand waarmee hij kaartjes van passagiers zou kunnen doorknippen. Zou kunnen ja, want ik zie ik hem het apparaat de hele rit niet gebruiken.
Het is een man van middelbare leeftijd en hij heeft wel wat weg van Robert de Niro.
Tot hij zijn mond open doet. Waar het onderste gedeelte van zijn gebit er nog netjes en compleet uitziet, is er van de bovenste helft weinig over.
Een paar kiezen en twee voortanden, waarvan eentje in het zilver gegoten.
Hij praat met een vrouw, die ook in een uniform is gehesen. Zij zit echter op een stoel en doet verder niks.
De bus raakt vol.
Een dikke Kroatische vrouw, die haar boodschappen in vier plastic tasjes draagt, laat van alles vallen.
Een grote appel rolt door de bus. Ze pakt hem op en stopt hem weer terug in haar tas.
Dan neemt ze plaats.
"Bitte, kommen Sie gücken"
Een Kroatische houder van een souvenirshop smeekt ons om een kijkje te nemen tussen zijn prullaria.
"Schöne Preise"
De sloeber is zichtbaar ontgoocheld over de geringe interesse voor zijn tentje.
"Bitte", roept zijn fragiele vrouw er nog hopeloos achter aan.
De dag erna doet zich hetzelfde ritueel voor.
De souvenirtent zit vlak bij de oude dorpskern, een klein stukje lopen van de altijd drukke baai.
Ogenschijnlijk krijgt de shop niet heel veel bezoekers. De badlakens hangen halfstok en een grote ton met plastic ballen ziet er na twee dagen nog precies hetzelfde uit.
Souvenirwinkels, je kent ze wel. Wie ooit in Amsterdam is geweest, weet al wat ik bedoel. Na elke vijftig meter is er zo'n standaard winkeltje, met allerlei prut. Van vreselijke t-shirts met zogenaamd ludieke teksten als 'Beer here' (waarbij er een pijl naar de buik wijst) of met plakstickers van draadpoppetjes in erotische houding erop. Winkeltjes die demente oma's gek kunnen maken, want elke keer als ze er één voorbij lopen, denken ze een rondje te hebben gelopen. Je ziet ze in elk toeristisch gebied, dus ook in Medulin. Soms wel zes naast elkaar, met allemaal dezelfde rotzooi: kettinkjes, shirts, zonnebrillen en onbeschrijfbare onzin van nepmerken.
En het ergste is wanneer je een winkeltje betreedt: de winkelhouder loopt standaard vlak achter je aan. Soms met de vraag: 'Can I help you?' Maar meestal zonder een woord uit te spreken. Daar loopt hij, op een afstand van nog geen halve meter. Je voelt de hete adem in je nek, hoe hij over je schouder meekijkt als je iets pakt. De doordringende ogen, de bemoeizuchtige gebaren en het altijd positieve 'It looks nice on you' zonder dat er iets is gepast. Deze figuren zoeken zelf wel uit wat goed voor je is, jij hoeft het niet meer te doen. Ze willen hun koopwaar wel uit je handen rukken, in een tasje stoppen en het geld persoonlijk uit je portemonnee trekken. Bovendien staat nergens een prijs bij. Als goedopgevoede Nederlander ben ik niet in staat om af te dingen. Oplossing: Ik koop niets waar geen prijs bij staat, anders heb ik het gevoel dat ik word opgelicht.
Twee macho's met poetsdoeken staan voor een eettent.
Zij werken er.
Hun nonchalante en verveelde houding verraadt dat ze op het moment weinig te doen hebben. Ze hangen wat tegen een stenen tussenmuur voor de ingang.
Dan lopen wij langs en de jongens vrolijken op.
Er ontpoppen zich brede, slijmerige glimlachen op hun gezichten.
Eén van de macho's wrijft langzaam met zijn vingers over zijn typische baardje. Je weet wel, zo'n dun uitgesneden streepje haar, dat zich via de bakkebaarden naar de onderin kronkelt.
"Hello! Come site here!" Zeggen de macho's vrolijk.
Ik kijk op, maar ze hebben geen oog voor mij.
Aan hun blikken te zien bekijken ze Ellen van top tot teen, en weer terug.
Een geniepig lachje doet de lippen van de obers krullen.
'Die dame is binnen', lijken ze te denken. Maar Ellen schenkt ze weinig aandacht en loopt verder.
Tien meter verder draai ik me stiekem nog eens om en zie de macho's, nog altijd met poetsdoek op hun schouder, Ellen nakijken.
Het is een mannelijk trekje, om mooie vrouwen te bekijken, maar zo onbeschaamd en overdreven als hier heb ik het niet vaak gezien.
Bij Café Dona is een forse, kale man in de weer.
Hij staat op een gammel houten trapje en houdt met een hand het uitstekende billboard van het café vast.
In zijn andere hand heeft hij een dikke, rode, watervaste stift.
Hij schrijft.
Als hij klaar is, en het trapje weer ontstijgt, wordt me duidelijk waarmee de man zich heeft bezig gehouden.
De onderste helft van de letter 'C' in 'Café' ontbrak op het billboard.
Om de rode letter te completeren besloot de man in een opwelling om het zelf maar te doen.
De 'C' ziet er van een afstandje weer puik uit.
Zijn drinkmaatje, een gezette, zwartharige man met een barstende pukkel op zijn linkerwang, heeft het tafereel aanschouwend waargenomen.
Hij aait een hond.
Een groot uitgevallen grijzige Malteser.
Een vuilnisbakkenras. Hij lijkt op de televisiehond Benji.
Dan valt mijn oog op het logo van Café Dona.
Op het billboard staat een plaatje van een hond die sprekend lijkt op het beest dat op het moment wordt betutteld door de man met de pukkel.
De hond is Dona, gastvrouw van het café.
Dona smeekt niet om klanten.
Dona hanteert geen poetsdoek.
Dona is geen macho.
Dona is simpelweg een zakelijke vlooienhond.
maandag 20 juli 2009
Verhalen uit Kroatië (1): Marko
De chauffeur van de touringcar is zo'n typische Kroaat. Een gebruinde Poolse Oostblokker, daar lijken ze wel op.
'To Poreč', is het enige dat hij zegt. Verder geen Duits en al helemaal geen Engels.
Alleen: 'To Poreč'.
Alsof hij de avond ervoor onder toeziend oog van zijn vrouw deze woorden heeft ingestudeerd.
Ik zie het al voor me: 'To Poreč' en zijn vrouw die hem glimlachend vanuit bed toekijkt, trots op de Engelse vorderingen van haar wereldvreemde man.
De bestuurder van de Polo lijkt al net zo onder de indruk van de Engelse en Duitse vragen die hij krijgt toegeworpen. Wanneer wij zijn vragende blik beantwoorden met 'Medulin', klinkt er vanuit de jongen, Marko genaamd, een beheerste 'yes' en daaropvolgend een gebaar dat we hem moeten volgen. Wij krijgen, in tegenstelling tot de rest, privévervoer naar ons hotel.
En terwijl een grijze oma in het Nederlands de Kroatische buschauffeur probeert te zeggen dat ze van afstapplaats wil veranderen (en het antwoord van de klunzige chauffeur steevast 'To Poreč' blijft) vertrekken wij naar Medulin.
Marko is stil.
Marko is het type Whizzkid.
Het veelgeplaagde jongetje op de basisschool (klein brilletje, beetje gezet, kort opgeschoren stekeltjes en in zichzelf gekeerd) is een late twintiger geworden. Hij vervoert mensen voor de Kroatische reisorganisatie Astarea naar hun hotel of elders.
Marko zegt niets als hij zijn Polo via de Kroatische havenstad Opatija de bergen in stuurt. Verbolgen zit hij achter het stuurwiel en zorgt hij ervoor dat de toerenteller van zijn nieuwe auto geen moment rust krijgt.
Vanaf nu waan ik mij in twee horrorfilms:
Op een Kroatische parkeerplaats worden opgehaald door een wereldvreemde Kroaat. Geen Nederlandse reisleiding te bekennen. Blind moeten vertrouwen op de goedheid van een Oostblokker.
Het doet me denken aan Hostel. In deze film worden een aantal backpackers een Tsjechisch hostelletje ingelokt. Aldaar lijken ze in het paradijs te komen, maar worden ze vastgehouden om door doodgewone mannen uit de hele wereld voor het hoogste bod doodgemarteld te worden. Nu zie ik mijzelf nog niet op een bebloede verrotte eikenhouten slachttafel liggen met doorgesneden achillespezen en een ouderwetse Praxis schuurmachine op mijn toch al niet zo rechte neus gericht, maar het geeft me wel even een raar idee.
Tegelijkertijd voel ik me een slachtoffer in een nieuwe film in de Final Destination-reeks, waarbij ik zo'n visioen krijg van een vreselijk bloederig verkeersongeluk. Een lancering van het viaduct, waarna we de eindeloze diepte van het ravijn instorten. Marko neemt het namelijk niet zo nauw met de verkeersregels, net als het overige Kroatische wegverkeer overigens (maar dat terzijde).
Hij rijdt 140 waar 80 is toegestaan. Haalt op de onoverzichtelijke Istrische wegen – waar staat aangegeven dat dit verboden is – doodleuk in. Belt tijdens het manouevreren door de scherpe bochten rustig door en kruipt daarbij ook nog eens vlak op zijn voorliggers.
Alsof dat nog niet genoeg is weet Marko zich met moeite wakker te houden. In de binnenspiegel zie ik zijn dichtgeknepen oogjes steeds dieper zakken en regelmatig wrijft hij zijn vingers door z'n vermoeide ogen. Ik besluit de nietsvermoedende slaperige Ellen niet onnodig bang te maken door dit te vermelden, maar ikzelf kan mijn ogen het volgende uur niet van die van Marko afhouden. Iedere keer wanneer hij even lijkt in te dutten probeer ik hem scherp te houden met een harde kuch, waarna hij zijn slaperige blik verschrikt weer op het voorbijrazende wegdek richt.
Eenmaal – opgelucht – aangekomen in het hotel denken we Marko niet meer te zullen zien, maar tijdens een dagtrip naar Venetië blijkt ons vermoeden onjuist te zijn. Op onze weg naar het vissersdorpje Rovinj stopt Marko's zwarte Polo regelmatig voor onze touringcar om nieuwe opgehaalde mensen in de bus te laten. En bijna alle keren gaat het ongeveer zo: De Volkswagen rijdt met grote vaart voor ons uit, stopt bij een hotel of camping, waarna onze touringcar ook stopt. Dan stapt Marko uit de Polo. Relaxed, zo als we hem ook van de heenweg kennen. Hij loopt richting de voorkant van de bus, kijkt de buschauffeur stoer aan en maakt zo'n knikkende beweging met zijn kin, waarmee hij lijkt te vragen 'had je wat?' Kroatische humor denk ik.
Bij de laatste stop, in Rovinj, stapt Marko zelf de bus in. Hij grijpt de microfoon en tot onze verbazing spreekt de studiebol vloeiend Engels. Luid en duidelijk legt hij iedereen de gang van zaken uit. Hij zal ons naar de boot naar Venetië leiden. En dat doet hij als een kleuterleidster die haar klas door de drukke stadse straten naar het gymlokaal leidt. Met continu een bezorgde blik naar achteren om te controleren of de groep nog compleet is.
Het is wederom niet onze laatste ontmoeting met Marko. Op de tweede zaterdagavond blijkt hij weer verantwoordelijk voor onze transfer tussen Medulin en de grensstad Rupa, waar ons vervoer naar Nederland wacht.
Anders dan onze eerste ontmoeting wordt het niet, hoewel hij nu wel enkele zinnen Engels met ons spreekt.
Verder is het dezelfde Marko.
Verbolgen zithouding, hardrijden, bumperkleven, bellen en inhalen.
Nu heeft Marko echter geen moeite om wakker te blijven.
Vriendelijk, maar stoer, zwaait hij ons aan de Sloveense grens na, als hij zelf terugkeert naar Istrië.
Marko, een jongen om niet te vergeten.
vrijdag 10 juli 2009
Zo waarlijk helpe mij God almachtig
Op de derde rij gaapt een blondine. Haar mond staat zo wijd open dat ik er wel naar moet kijken. Dan lijkt ze te zuchten, terwijl ze slaperig naar haar klasgenoten kijkt. Op de tweede rij zit een brunette. Ze heeft van dat lange krullende haar. Ook zij doet haar mond open, maar gaapt niet. Ze rolt het topje van haar wijsvinger beheerst over het puntje van haar tong. Dan verdwijnt haar hand naar onderen, om uit te komen bij haar rode sandalen. Er zal een vlekje op zitten, want haar natte vinger poetst over de felrode lak. Op de eerste rij zit een jongedame onderuitgezakt op haar stoel. Ze is verveeld, met haar linkerhand in het haar dat inmiddels alle kanten op staat. De vingers van haar rechterhand trommelen speels op haar bovenbeen. Verveling alom tijdens de diploma-uitreiking van afgestudeerde HBO-'ers. Zelf zit ik in de zaal. Ik ben meegekomen met Ellen, die haar diploma komt ophalen.
Een diploma-uitreiking stelt op zich niets voor. Je komt binnen, gaat zitten, zet wat handtekeningen en je bent klaar. Dat zou je zeggen, maar scholen maken er een gewoonte van om van deze gelegenheden een hele happening te maken. Een toespraak van hem en een anekdote van haar. Wat gedichtjes, beloftes en complimentjes en je bent zo een paar uur verder. En voor alles moet worden geklapt, ook wanneer de leraren en directeuren van de academie worden genoemd. Na elke naam klinkt een luid en vrolijk applaus. Het zal wel zo horen, denk ik en wacht tot ook het publiek wordt voorgesteld. "En daar, lieve mensen, achter de parterre, op de eerste rij van de zaal, links van het midden zit Wilco Louwes dames en heren!" Onder luid gejoel en overweldigend applaus sta ik op, wuif de honderd mensen enthousiast toe, maak een lichte buiging en ga weer netjes zitten in afwachting van de aankondiging van mijn buurman. Maar zo zou het niet gaan deze middag. Het bleef bij de leraren, begeleiders en de directeur van de academie, Fons Pol.
Hij is de eerste die zijn zegje mag doen. En hij laat dit moment niet onopgemerkt voorbijgaan. Pol begint de toespraak met een spreuk van zijn kalender. "Scholen leren je niet om…" en de rest van de spreuk moeten jullie tegoed houden. Terwijl ik bezig was met het ontcijferen van het eerste gedeelte, was het tweede deel al uitgesproken en tijdens het nadenken over wat het tweede deel had kunnen zijn, was het eerste deel van de spreuk mij al ontschoten. Maar één ding werd me wel duidelijk: de beste man heeft geen leuke kalender. Niet zo'n Fokke en Sukke geval, met elke dag een leuke strip. En ook geen van Playboy met elke maand een nieuwe schaarsgeklede dame. Nee, dit is een kalender waarop elke dag een wijze spreuk te lezen valt. Zo'n scheurkalender die je beter 's avonds vast kan bekijken, omdat hij slaapverwekkend is in plaats van verfrissend. Op de eerste rij hebben twee figuren de spreuk wel gehoord en zo te zien ook begrepen. De jongen en het meisje knikken instemmend. Hij heeft een bril en is in een net pak gehesen, een beeld zoals je die kunt hebben van een echte nieuwslezer. Zij is ook degelijk gekleed. Op haar hoofd danst een grote bos met bruine krullen. Ze passen wel bij elkaar: beide even serieus en beide met gekruiste handen in hun schoot. Net een echtpaar dat tijdens hun veertigste huwelijksjaar op zondagochtend op de bus naar de kerk wacht.
Na de toespraak is het wachten. Wachten op de beloftes. Wachten op de handtekeningen. Wachten zoals ik eerder die dag deed in de receptie van TC Tubantia, waar ik in september mijn eerste stage ga lopen. Bij de receptie aangesloten zit ook een servicebalie van Mondial Tours, waar drie zonnebank gebruinde dames lezersreizen van Tubantia-leden verzorgen. Tijdens het wachten op mijn stagebegeleider vang ik een aantal gesprekken op. "Ik zeg tegen die vrouw, ik zeg je moet wel switchen. Dat is verstandiger zeg ik. Maar die vrouw zegt van nee en dat doe ik niet enzo, maarja we moeten toch wel paal en perk stellen." De rossige vrouw, die even daarvoor het gebouw nog kuierend betrad, lijkt te vragen om een bevestiging van haar collega's. En die krijgt ze. Van de zwartharige die ondertussen enkele blaadjes aan elkaar niet. "Ja, dat soort dingen houd je toch wel hoor", zegt ze monotoon. De derde vrouw kent de problemen van de rossige meid. "Gisteren werd ik me toch afgeblaft door een klant; ik was me van geen kwaad bewust!"
Terug bij de diploma-uitreiking zijn de beloftes in volle gang. De belofte houdt in dat de verpleegkundige belooft zich aan het recht op privacy van haar toekomstige patiënten houdt. Deze belofte dient beantwoord te worden met 'ja dat beloof ik' of 'zo waarlijk helpe mij God almachtig'. 62 geslaagden houden het simpel en zeggen 'ja dat beloof ik', maar één student, de nieuwslezer van de eerste rij, is tegendraads. "Zo waarlijk helpe mij God almachtig." Zo waarlijk helpe mij God almachtig. Alsof het niets is! Even laten zien dat je de Nederlandse taal beheerst. Dat je die zin wel durft uit te spreken ten overstaan van honderd aanwezigen. Dat je twee uur hebt geoefend om het er zo vloeiend mogelijk uit te krijgen. Zo waarlijk helpe mij God almachtig. Even die rust pakken als je naam wordt genoemd en op het moment dat de zaal stilvalt van verwachting, floep je het er in één keer uit.
En dat maakt indruk.
Alsof je tijdens een uitje met je vrienden, die allen een Cola bestellen, voor jezelf een Cola Light laat serveren. Even laten zien dat jij wat anders hebt. Wat lekkerder is.
Ik ga deze uitsmijter ook maar instuderen.
En dat beloof ik!
Zo waarlijk helpe mij God almachtig.
woensdag 24 juni 2009
Over slechte acties, profiteurs en laatste werkdagen
Oke, eerlijk is eerlijk: de laatste actie van mijn werkgever Albert Heijn was niet zo'n succes. De 'laagste prijs garantie' zorgde voor boze klanten, veel onduidelijkheid over de actievoorwaarden en nog meer negatieve publiciteit. Maar om er nou een hobby van te maken om van de actie te kunnen profiteren, gaat ik wel erg ver, vonden mijn collega's en ik. Toch lopen er genoeg mensen rond die er alles aan doen om wat gratis flessen cola in de wacht te slepen.
Zoals die vrouw met rossig, krullend haar het bij de Albert Heijn Mirocenter altijd voor elkaar krijgt om 35% stickers te ontvangen om de meest onbenullige en uiteenlopende redenen en ze bij elke actie wel een addertje onder het gras vindt, werd ons filiaal aan de Eschmarkelaan vrijdagavond weer verrast door een bezoek van een inmiddels vaste actieprofiteur. De bewuste jongen loopt samen met een vriend door de winkel, zet zes flessen cola in zijn winkelwagentje en loopt de kassa voorbij, rechtstreeks naar de informatiebalie. Aldaar frommelt de jongen een papieren foldertje uit zijn binnenzak, met daarop grote groene cijfers en letters. 'Het is weer zover', lijkt Chantal achter de informatiebalie te denken. De jongen, zelf werkzaam bij de Miro, heeft er een hobby van gemaakt om tijdens de laagste prijs garantie zoveel mogelijk producten gratis te krijgen. Er is niks tegen in te brengen, want de jongen heeft gelijk: bij een lokale buurtsuper in Wageningen zijn de flessen Coca Cola net iets goedkoper dan bij de Albert Heijn. De zes flessen in zijn mandje krijgt hij gratis mee. 'En een appeltaartje?', vraagt hij brutaal, maar geheel conform de actievoorwaarden. 'Die hebben we niet meer', zegt Britt van het brood, die net haar laatste zoeternijen heeft verkocht. Teleurgesteld, maar zelfvoldaan stapt de jongen de winkel uit. Zwaaiend rijdt hij weg in zijn auto.
Op dat moment hebben we woorden te over om de trieste daad van de jongen te veroordelen. Bellen met een vriend in Wageningen, het foldertje laten opsturen per post en de auto pakken naar de Eschmarke: het moet allemaal bijna net zoveel hebben gekost als dat het de jongen heeft opgeleverd. En hij werkt nog bij Albert Heijn ook! Het is een schande. Dat laatste blijkt niet meer te kloppen. De jongen, een aardige gozer en bovendien een vaste lezer van mijn blog, heeft zijn drie contractjaren uitgediend en krijgt in deze crisistijden geen contract voor onbepaalde tijd aangeboden. Daarentegen staan vanaf volgende week weer twee 16-jarige giechelkontjes klaar om voor 2,50 euro per uur met chagrijnige gezichtjes quasilaks wat kassatoetsen in te drukken. 'Heeft u een Bonuskaart, meneer?' Het is de harde waarheid van de supermarktenwereld. De jongen draaide zijn laatste week en dit was zijn afscheidscadeau. Kan ik het hem nog steeds wel kwalijk nemen?
We gaan negen maanden terug, wanneer mijn laatste dagen bij de Miro geteld zijn. Vier jaar heb ik er dan gewerkt en ik ben toe aan iets nieuws, zoals de gloednieuwe promowinkel in de wijk De Eschmarke. Voor het eerst schrijf ik nu over mijn afscheid van de Miro, want, zo heb ik in de voorbije jaren geleerd, schrijf je dingen in frustratie vaak net iets te ruw op. Nu de frustratie en teleurstelling weg is – ik voel me thuis in het gezellige filiaal aan de Eschmarkelaan – kan ik er wat over kwijt. En een teleurstelling was het, de avond dat ik en 10 andere collega's na vier tot tien jaar trouwe dienst bedankt werden met een snoezige teddybeer en een gevuld doosje Merci. Vergeet ik bijna de riante bos bloemen te vermelden. Kosten voor de zaak: 0,0. Alles kon in de computer worden weggescand en zo worden verrekend met de vernietigingen. Het feest mocht bovendien niet uitlopen tot na 23.00 uur en er werd vriendelijk doch indringend verzocht vooral niet teveel alcoholische versnaperingen te drinken. Het zou toch eens wat kosten. De snoezige teddybeer kijkt tegenwoordig vanuit een kast over mijn kamer, de Merci was binnen dertien uur op en de bos bloemen…. Waar heb ik die ook alweer gelaten? Nee, een groots afscheid was het niet. Daar zijn allen die toen vertrokken het in ieder geval wel over eens. De tijd van leuke afscheidsborrels was toen al voorbij. Tegenwoordig worden er alleen nog handen gegeven. Als je gelukt hebt, althans, want er zijn andere voorbeelden te noemen.
Terugkomend op onze actieprofiteur. Triest of niet? Met het naderende einde van je contract – die je drie jaar fatsoenlijk hebt uitgediend – en de handdruk in het vooruitzicht kun je je toch geen beter afscheidscadeau wensen dan 24 pakken Mars ijs, 20 dozen crackers, 36 Mona puddingen en 16 sixpacks flessen cola? Ik trek mijn woorden terug, al had ik mijn daden wel tot mijn eigen filiaal beperkt.