donderdag 5 augustus 2010

De LPG-Chinees

Als je dagelijks met de auto naar je werk gaat, raak je steeds meer gehecht aan de wagen. Het wordt je maatje, een soort vriendin, waar je lief en leed mee deelt. Je herinnert je de eerste keer. De eerste keer op de snelweg. De eerste keer harder dan 150 kilometer per uur. Het eerste krasje. De eerste boete.

Samen rijdt je de zonsondergang tegemoet. En samen passeer je weilanden met ochtenddauw. Je doorstaat heftige slagregens, nauwe bosweggetjes en afgelegen zandpaden. En vooral: je doorstaat samen doodsangsten.

Zo wil er op de Duitse wegen nog wel eens een ongewenste passant de weg op flitsen. Een volgevreten duif, een trage egel of een bange salamander. En vooral veel hazen. Zo rende er mij laatst een verre neef van Bugs Bunny tegemoet. Met sierlijke sprongen verscheen de haas uit een smalle zijstraat van de 100-weg. Elke beweging leek een eeuwigheid te duren. De haas, hangend in de lucht, midden op de geasfalteerde rijbaan. De plotselinge schrik van een naderend blauw projectiel, de angst in zijn felgroene ogen. Even zoekt hij het oogcontact met mij…. Ik knik naar hem en samen weten we het: hij is er geweest. Dan ploft mijn voet op het rempedaal en de trouwe auto wijkt piepend en schreeuwend uit richting de berm. Het zijn centimeters, maar de haas weet te ontkomen aan een bloederig eind op een Duitse landweg. Vanuit de roggevelden zal hij zijn leven nog eens overdenken; vandaag wordt hij niet het avondmaal van rondvliegende aasgieren.
Even verder wordt de Peugeot weer in het gareel gehouden…. Ditmaal slingert een groot kalf over de weg. Ja, je maakt wat mee op de Duitse wegen.

Mijn grootste angst doorstond ik echter afgelopen maandag. Moe van een lange dag werken ga ik tanken bij de Avia aan de grens langs de Knalhutteweg. Bij het naderen van de tankshop ankert een Chinees zijn Opel aan de LPG-pomp. Niets aan de hand, zou je zeggen. Maar bij terugkomst, op het moment dat ik in de auto wil stappen, schiet bij de verstrooide Chinees de buis los van zijn tank. Een grote wolk LPG-gas rijst twee meter voor mijn neus de lucht in. De Chinees lacht wat nerveus en probeert in allerijl de buis wederom te bevestigen. Enkele seconden later schiet deze weer los en opnieuw kiest het gas het luchtruim. Ik besluit niet langer te wachten, want met dit onhandig genie voor me kan de pomp elk moment de lucht ingaan. Op weg naar huis kijk ik nog één keer in de binnenspiegel. Geen rookwolk, geen huizenhoge vlammen. De benzinepomp staat nog. We kunnen er volgende week gewoon weer tanken.

donderdag 15 juli 2010

Duitsers

Het had wel wat weg van een slapstick, zo'n achtervolgingsscène in een oude aflevering van Starsky en Hutch bijvoorbeeld. Zo reed ik met mijn Peugeot door Eibergen, met in de verte de witte kentekenplaat van een Duitse BMW in mijn vizier. Om vijf minuten later in de achtertuin van de bestuurster te zitten, met op tafel een blikje Euroshopper cola.

Het blikje deed mij denken aan enkele weken terug, toen ik op weg naar het werk op de Nederlands-Duitse grens bij de Knalhutte werd staande gehouden door een Polizei-beambte. “Wohin gehtst du denn?”, werd er gevraagd door de agent, wiens vlassige blonde haarlokken wat verfomfaaid onder zijn strakke politiepet vandaan kwamen. “Eibergen? Das ist etwas aus die Richtung, ne?” Maar voor de rest was het een aardige kerel, die er zijn eigenzinnige trekjes op nahield. Zo komt bij het doorzoeken van de kofferbak een blikje Euroshopper Cola uit mijn tas gerold. In zijn handen tollend en met zijn neus bijna op ingrediëntenlijst van het blik gedrukt: “das sieht kömisch aus”. Ik mocht mijn weg vervolgen.

In de achtertuin in Eibergen vertelt de Duitse vrouw mij het verhaal dat de regio al twee dagen bezig hield. Een YouTube-filmpje waarop de vrouw in haar BMW door Oranje ‘supporters’ werd belaagd (dezelfde avond verwijderd door de filmster) haalde de website van Tubantia. In tegenstelling tot wat mensen op de site beweren (‘stelde niks voor’) legt de vrouw uit daadwerkelijk wel angsten te hebben doorstaan. Niet gek, als tientallen dronken gekken je de weg blokkeren, bier over je auto gooien, je voorruit verblinden met een Nederlandse vlag en massaal ‘alle Duitsers zijn homo’ zingen.

En dan vraag ik mij af; waar komt die haast aangeboren haat tegen onze oosterburen nu eigenlijk vandaan? Wat maakt het uitschelden van een Duitser ‘leuk’, maar wordt het racistisch als het om een willekeurige Turk of Afrikaan gaat? Ik zal er waarschijnlijk nooit achter komen – wordt het misschien van vader op zoon doorgegeven? Misschien is het ook wel jaloezie, want we hebben de Duitsers veel te benijden. Niet alleen zijn ze veel beleefder, gründlicher en zijn ze beter in autorijden. Ook is Duitsland het walhalla van bier, broodjes en Pascha, ’s lands en één van Europa’s grootste en gezelligste nachtclubs. En als dat niet iets is om jaloers op te zijn, weet ik het ook niet meer.

Voor mijn artikel op de site van TC Tubantia, klik hier.

Voor een bijbehorende filmpje (niet het originele helaas, want die was duidelijker) van de Duitse vrouw in Eibergen:

zaterdag 19 juni 2010

Huize Etna

Naast het toilet in de badkamer van Huize Etna, dat zich onderaan de steile trap naar de woonverdieping van het studentikoze huis bevindt, ligt een Grazia. Hij is al door enkele vrouwenhanden beroerd, is aan de vouwen verspreid over de cover te zien.
‘Kathelijn (25): ik ben constant opgewonden’ weet het blad te melden. Ik moet eerlijk zeggen, mijn handen jeuken om stiekem een kijkje te nemen in het real life katern, alwaar het persoonlijke verhaal van de dame in kwestie in geuren en kleuren zal zijn opgetekend.
Ik doe het toch maar niet. De fantasie gaat zijn eigen beloop en met beelden van een constant opgewonden Kathelijn in mijn hoofd richt ik mij weer op het toilet, waarboven vier flikkerende kaarsjes voor het prille licht in de badruimte zorgen.
En stiekem overmant in mijn onderbuik een licht gevoel van medelijden, met Kathelijn welteverstaan. Of het is gewoon de Captain Morgan die begint te werken, dat kan ook.

Captain – ‘mix het met cola en het smaakt naar cola vanille’ – Morgan is een lichtzoete witte rum die je cola, zoals bewoonster van Huize Etna Britt al aangaf, inderdaad als cola vanille laat smaken. En laat cola vanille nu net één van mijn favoriete drankjes zijn, zoals ik sowieso wel houd van speciale varianten van de gevestigde merken. Voorbeeld?
Zo at ik in London, in de tijd toen Marsrepen nog echte repen waren in tegenstelling tot die zielige chocoplaquettes van nu, van de Mars Midnight.
In Duitsland zet ik mijn lippen al sinds ik me kan herinneren op een flesje Mezzomix, een mix van cola en sinas.
In Frankrijk ontdekte ik Coca Cola Orange, een drankje dat de Nederlandse markt jammer genoeg nooit heeft gehaald.
En in Kroatië maakte ik kennis met Cockta, naar wat ik eerst dacht een goedkope Cola-variant, maar niets bleek minder waar. Cockta – honderd procent Sloveense import – is gemaakt van rozenbottels. Voor de triviagekken onder ons: de bessen die groeien aan de hondsroos. De eerste drie slokken leken perfect, maar daarna ging het bijna direct weer via de slokdarm naar buiten. Nee, niet alle speciale drankjes zijn voor mij gemaakt.

Terug in Huize Etna nestel ik mij op de bank in de woonkamer. Nouja, nestelen. Ik zak diep weg en verdrink bijna tussen de zachte donkerblauwe kussens. Net op tijd kom ik weer boven voor een hap verse zuurstof.
Ik zit.
Tevreden grijp ik nog een kaasstengel uit een fleurig bakje dat – naar ik me heb laten vertellen – voorheen diende als plantenbak en ik kijk naar mijn voormalige Albert Heijncollega’s die een drankspel spelen. Even daarvoor vierde ik in het filiaal aan de Eschmarkelaan mijn definitieve afscheid van de grootgrutter. En op deze afterparty in Huize Etna drink ik voor de laatste keer een biertje met wat naaste AH'ers. Voor de laatste keer als collega tenminste, want stiekem hoop ik dat de avond nog een vervolg krijgt. Als was het maar om nog één keertje die Grazia te bekijken.

vrijdag 16 april 2010

Index

Wat er gebeurt als een groep nooit volwassen geworden achttienjarige pubers een avond wordt losgelaten in discotheek Index en je ze na afloop aangeschoten aantreft in het vervoer terug naar Enschede. Wat volgt is een globale weergave van het onzinnige gesprek van de groep; een mix van stoerpraat, straattaal en stopwoorden. We vallen in als twee jongens te laat voor het busje zijn.

“Hee, gast… waar was je nou man, gast?”

“Dude, er was iemand zijn jas kwijt, dan moeten we wachten, kunnen we niks aan doen toch? (draait zich om naar de chauffeur en steekt zijn hand uit) Ik wil u wel even bedanken voor het wachten meneer. (De grijsaard knikt opgewekt en zegt dat het niet uitmaakt. Waarschijnlijk is hij al lang blij dat er eens iemand tegen hem begint te praten).

“Hee, gast, volgens mij stond je gewoon met een wijf te bekken man.”

“Dude, nee man. Jij hebt wel lopen bekken zeker.”

“Gast, ik heb vandaag gebekt met een lekker wijf zeg. Ik zou haar zo kunnen batsen denk ik.”

“Ik zou Danniëlle wel eens willen batsen.”

“Ahw, gast! Daniëlle? Die heb ik al gebatst man.”

“Serieus?”

“Jah… echt waar. Gast. Twee keer. Toen het even uit was.”

“Met Fleur?”

“Jah toen. Twee keer gebatst. Ze heeft een lekkere strakke kut hoor.”

“Hahaha.
(Hij denkt na)
Man, ik heb weer zin in vakantie man.”

“Ja ik ook man. Zuipen en batsen.”

(een derde bemoeit zich met het gesprek)
“We moeten eens naar een grote stad man. Barcelona ofzo.”

“Ahw, gast, dat is niks man. Vakantie met vrienden moet je niet cultureel ofzoiets gaan doen. Ik bedoel, dat is best leuk met je chickie, maar met vrienden moet je gewoon uitgaan en naar het strand en zuipen.”

“Klopt. Vorig jaar gingen we ook naar Spanje en we wilden één dag naar Barcelona. Maar we zijn niet gegaan, het geld was op omdat we alles opgezopen hadden hahaha.”

(een jongen richt zich op ons)

“Hey gasten…. Hebben jullie nog een lekker wijf gepakt vanavond?
Gasten?
Hej, gasten….
Hebben jullie nog een lekker wijf gepakt vanavond?
Hej gasten…..”

Leroy en Patrick kijken elkaar voor de zoveelste keer tijdens het enerverende gesprek met gefronste wenkbrauwen aan.
(Leroy zucht)
“Nee, we hebben een vriendin.”

Patrick knikt.

Ik lieg mee.

Allard doet alsof hij slaapt en leunt met zijn hoofd tegen het raam van het passagiersbusje.

“Dude, jullie hebben een vriendin? Jammer voor jullie man!”

zondag 4 april 2010

Tik

Ik heb het tot één van mijn kunsten verheven om me te kunnen irriteren aan kleine, constante geluidjes. Neem bijvoorbeeld de vaste klant die we bij de Albert Heijn hebben. Jonge kerel, net dertig, nonchalante kop, arrogante zeurende uitstraling, groene polo met witte kraag. En soms in het bezit van zijn blonde anderhalf jaar oude zoontje, waar hij eenzijdige gesprekken mee voert over kaas, worst en ander voedsel dat in de winkelwagen verdwijnt. Als je het mij vraagt puur om de aandacht van andere klanten te trekken. En wat deze kerel écht zo irritant maakt is dat hij op twintig meter afstand is te herkennen aan de luide ‘klak’ dat zijn ontploffende kauwgombel produceert. Niet één, niet twee, maar wel honderd keer klinkt het geluid op zaterdagmiddag. Genoeg om mij compleet van slag te krijgen, want als ik me eenmaal aan een geluidje irriteer, dan kan ik mijn hoofd er niet van af zetten.

Dinsdag in de trein naar school. Meer dan een halfjaar geen fatsoenlijke treinreis ondernomen, dus dan is het even wennen als je weer in een coupé zit opgesloten met de meest diverse en markante figuren die onze samenleving rijk is. Geconcentreerd zit ik te lezen en luister ik ondertussen naar de vrolijke noten van Acda en de Munnik op de Mp3-speler. Dan klinkt er een harde ‘tik’ boven de muziek uit. En nogmaals ‘tik’. Een kort, maar fel geluid… alsof je de linkermuisknop goed en diep indrukt. Als ik uit frustratie bijna aan de bladzijden van mijn boeiende boek begin te knabbelen, zie ik de dader van het irritante geluid. Een donkere man staat op en aait over zijn grijze haar. Dan verwijdert hij met één veeg de achtergebleven nagels op zijn treinstoel. Verschrikkelijk, deze gewoonte in de trein. Des te meer, omdat ik tussen Deventer en Zwolle nog zo’n figuur naast mij blijk te hebben zitten. ‘Tik….. Tik…. Tik…’ De nagels vliegen me bijna om de oren en de nagelknipster lijkt er geen enkel probleem mee te hebben.

Terug in de trein naar Enschede (ja, ik zit tegenwoordig langer in de trein dan op school) denk ik rustig in mijn boek verder te kunnen lezen. Ik heb me vergist, want al voor het vertrek uit Zwolle hoor ik weer dat irritante getik ergens uit de coupé. Vermoeid kijk ik naar buiten. Op een ander perron maakt een overjarige rasta (inclusief Osama-baard) de boel schoon, daarbij zittend op een schoonmaakmachine met ingebouwde borstels. Wat als de man nu een paar centimeter van zijn koers afwijkt en een nietsvermoedende voorbijganger schept, denk ik. Of wat als hij zelf niet oplet en zo op het drukke spoor stort? Vertrekt mijn trein dan nog wel op tijd?. Het andere raam biedt niet veel beter uitzicht. Twee spoorwegmedewerkers, van wie de gele jas en volgepakte oranje rugzak zó vel afsteken, dat ik bijna zou moeten turen om de mannen in de gaten te houden. Ze lopen naast het spoor en lijken onrustig. Continu kijken ze achterom, alsof ze een aanstormende stoomlocomotief verwachten. Die blijft uit, waarna één van de twee spoorwegmedewerkers, een rossige man met bolle rode wangen, een gezellig gesprek met zijn ongeïnteresseerde collega probeert te voeren. Ik besluit me weer te verdiepen in Gil Reavill’s schoonmakers van de CSI, maar kom in de twintig minuten durende rit naar Deventer niet verder dan drie bladzijden. Het getik brengt me van de wijs. Bij het verlaten van de trein verwacht ik bij het meisje dat het geluid het laatste half uur produceerde een hoge berg met nagels. Zou ze maar meteen die van haar tenen hebben bijgewerkt? Wat volgt is een anticlimax: de nerveuze griet blijkt al die tijd met haar pen te hebben zitten spelen. Het wordt tijd voor een tikverbod of een tikvrije coupé; ik raak namelijk van al dat getik getikt.